Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is voor den Agent geen sprake, behalve, natuurlijk, zoo die uitdrukkelijk gegeven is. Hij is alleen bevoegd, op grond van de door de Maatschappij vastgestelde tarieven en voorwaarden, aanvragen ter verzekering in ontvangst te nemen en deze bij de Maatschappij in te dienen. Het ligt natuurlijk in zijn eigen belang, alle maatregelen te nemen, om het tot stand komen dier verzekeringen te bespoedigen.

Deze beperking van de bevoegdheid van den Agent staat het publiek niet altijd helder voor oogen, en er zijn ook Agenten, die zich den schijn geven, alsof hun bevoegdheid veel verder ging. Daartegen moet gewaarschuwd worden. De Agent heeft de bestaande voorwaarden en tarieven te verduidelijken, hun bedoeling en beteekenis te expliceeren, maar hij heeft niet het recht, zonder uitdrukkelijke toestemming van de Maatschappij, beloften te doen, die niet in de voorwaarden voorkomen, en bij minder conscientieuse Agenten meestal slechts dienen, om den verzekerde tot het afsluiten der verzekering te bewegen. De Agent heeft dan de provisie in den zak: wat er later geschiedt, laat hem koud.

Dergelijke toezeggingen van Agenten, waartoe niets hun het recht geeft, en die èn Publiek èn Maatschappijen benadeelen, kunnen tot veel moeite en onaangenaamheden aanleiding geven. Hoewel zij ook ten onzent nu en dan voorkomen, zijn zulke gevallen in het buitenland toch talrijker. Ter illustratie wil ik hier een zeer kras geval mededeelen, dat mij uit de practijk bekend is.

Een agent had gedurende drie maanden met buitengewoon veel succes voor een Maatschappij gewerkt. Daar verschijnt, na het verstrijken van dien tijd, een door zijn bemiddeling verzekerde bij de Directie ên verlangt „de hem beloofde gelden". Groote verbazing natuurlijk! Het blijkt nu, dat de Agent dezen verzekerde beloofd heeft, dat zijn Maatschappij hem na drie maanden het volle verzekerde kapitaal op zijn polis .... te leen zou geven! De zaak wordt onderzocht, de Agent valt door de mand, bekent in dat ééne geval een ongeoorloofde belofte gedaan te hebben, en bidt en smeekt, hem zijn ontslag niet te geven wegens dit enkele feit, waarvan hij het laakbare volkomen erkent. De Directie echter, wantrouwend geworden, laat onmiddellijk alle personen bezoeken, die door den Agent in kwestie verzekerd zijn, ten. einde te informeeren, of zij zich niet door beloften omtrent te leenen sommen tot de verzekering hebben laten verleiden. Het antwoord luidt eenstemmig: „Neen, mij is niets beloofd!" — Geheel gerustgesteld,

Beloften don Agenten.

Sluiten