Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

««en bedolarij.

die nauw het Agentschap eener Maatschappij aanvaard hebben, reeds het hoogste woord voeren omtrent wat de Directie te doen en te laten heeft. Zulke Agenten zijn steeds gereed, hun Directie van noodeloozen omslag te beschuldigen, wanneer deze het een of ander verlangt, dat hun ongemotiveerd toeschjnt, of haar van incoulance te verdenken, wanneer zij het een of ander verzoek van een verzekerde afslaat. Vooral is dit het geval, wanneer soms een andere Maatschappij haren verzekerden in een dergelijk geval wèl ter wille is. Er wordt dan niet gevraagd, of uit de inwilliging van het verzoek wellicht later — ook voor den verzekerde! — moeielijkneden kunnen ontstaan, doch alleen wordt gelet op de zoogenaamde „coulance", die op het oogenblik zelf getoond is.

In'dergelijke kwestiën heeft de Agent zich de eenvoudige vraag voor te leggen: Heb ik vertrouwen in de vakkennis en het inzicht, vooral ook in de goede bedoelingen mijner Directie? — Zoo ja, hij trachte in haar denkwijze door te dringen en ruste niet, voordat hij duidelijk inziet, waarom zij zóó, en niet anders handelt: dan zal hij ook zijne verzekerden kunnen overtuigen. Zoo neen, hij legge zijn Agentschap neer; hij zal er zichzelven en zijn Directie een dienst mede bewijzen.

Daarop komt ten' slotte alles aan, dat de Agent overtuigd zij van de kennis en de eerlijkheid zijner Directie, en daarom is het voor elke Directie zoo aan te bevelen, met alle middelen ernaar te streven, dat de Agenten geheel doordrongen worden van haar wijze van denken en zich daarmede als 't ware vereenzelvigen.

Door de belangen der Maatschappij goed te dienen, dient de Agent ook bijna steeds die der verzekerden, die bij hem even zwaar moeten wegen. Hij is de aangewezen man, om hen in verzekeringszaken voor te lichten en bij te staan. Reeds de allereerste stap, dien hij doet, het uitnoodigen tot het sluiten eener verzekering, en — zoo noodig — het duidelijk maken van het groote nut der Levensverzekering in het algemeen, is in het voordeel van den aanstaanden verzekerde. Maar dat wordt zelden ingezien, ja het bewustzijn daarvan schijnt bij sommige Agenten in het geheel niet te bestaan. Zulke Agenten treden op, en beschouwen in den grond zichzelven, als bedelaars. Zelfs sommige zeer ontwikkelde lieden kennen geen andere opvatting van de betrekking van Agent eener Levensverzekering-Maatschappij, en vinden zichzelven veel te goed voor „zoo'n Agentenbaantje, waarbij men toch „maar bedelt om de centen van een ander". Zoodra in het hoofd van den Agent voor een dergelijke opvatting plaats is, houdt hij op een

Sluiten