Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Nationale Levensverzekerings-Bank te Rotterdam organiseert sinds enkele jaren gedurende den winter twee korte serieën van voordrachten over verschillende onderdeden onzer wetenschap.

Ten slotte heeft de Vereeniging voor Levensverzekering — het laatste jaar te 's Hage en Zwolle, het vorige jaar te Amsterdam — een cursus tot voorbereiding voor de practijk der levensverzekering1) in het leven geroepen, die aan een werkelijke behoefte blijkt te voldoen. Zes verschillende sprekers behandelen hier onderwerpen, die op verschillende onderdeden van ons vak betrekking hebben. Voor het eerst wordt daarmede, althans in ons iand, het geheele terrein der verzekeringswetenschap — zij het ook oppervlakkig — in behandeling genomen. Het feit, dat de hier bedoelde cursus voorbereiding voor de practijk bedoelt, bewijst reeds, dat hier geen eigenlijk wetenschappelijk onderwijs wordt gegeven, teneinde specialiteiten in elk onderdeel onzer wetenschap te vormen. In overeenstemming daarmede worden dan ook voordrachten gehouden, die speciaal betrekking hebben op den z. g. buitendienst der Maatschappijen, die zeer belangrijk zijn, maar niet op wetenschappelijk terrein vallen. Wellicht groeit mettertijd uit dit begin een werkelijk wetenschappelijk Instituut.

Volledigheidshalve wijzen wij nog op de gelegenheid, die hier en daar geboden wordt om schriftelijk onderwijs in enkele onderdeden van onze wetenschap te ontvangen.

Uit het bovenstaande blijkt voldoende, dat er, op het gebied der opleiding, in ons land een opgewekt leven begint te heerschen. Wij zijn zonder twijfel op den goeden weg, doch moeten daarop nog veel verder!

Een groot deel van het publiek, dat noch het vak, noch de aspiratiën der beoefenaars daarvan kent, is mede onkundig van alles, wat ik hier schreef.2) De Maatschappijen moeten er, door rusteloozen arbeid in het volle licht der openbaarheid, een eer in stellen, elkeen langzamer-

x) Aan de begeerte om aan het toenmalige gemis aan voorbereiding voor de practijk ten minste eenigszins tegemoet te komen, was het voor een groot deel toe te schrijven, dat schijver dezes in den winter van 1.895—96 een serie van 10 voordrachten hield, waaraan dit werk zijn ontstaan dankt. Ook zijne latere cursussen hadden ten doel aan het bedoelde gemis tegemoet te komen.

2) Als een bewijs, hoe weinig zelfs het ontwikkelde publiek de moeielijkheden, aan dat bedrijf verbonden, nog inziet, moge de uiting dienen, in Noot 2) op blz. 94 aangehaald.

Sluiten