Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet boos te maken. Een dergelijk optreden spruit meestal voort uit onbekendheid met het vak, en het beste middel ertegen is, den beleediger de zaak zóó duidelijk uit te leggen, dat hij zijn ongelijk inziet. Een fatsoenlijk man zal dan gaarne „amende honorable" doen.

Niet altijd uit zich het wantrouwen jegens Levensverzekering-Maatschappijen op een dergelijke kwetsende wijze. Soms neemt het een meer lachwekkenden vorm aan, en dan zijn er gevallen, die werkelijk vermakelijk zijn. Zoo kwam het b.v. voor, dat de Agent eener zeer groote Maatschappij iemand tot het nemen eener verzekering uitnoodigde en tot antwoord kreeg: „Ja, ziet ge, ik wil wel: maar zoo'n Maatschappij „kan toch maar de uitbetaling weigeren. Blijft gij, Agent, mij echter „borg voor de uittebetalen som, dan verzeker ik mij!" Zonder twijfel lag er in die woorden een groot compliment voor den Agent, maar wat is de zaak in den grond belachelijk! De Agent, hoe stipt ook in het nakomen zijner verplichtingen, kan toch nimmer geacht worden in dit opzicht eenigen waarborg te geven boven een goed ingerichte Levensverzekering-Maatschappij met een flink vermogen en bekwame Bestuurders! Het geval is merkwaardig om zijn naïveteit!

Wanneer men nu vraagt, waaraan dit wantrouwen is toe te schrijven, dan wil ik daarvoor even kortelijks de redenen aangeven, waarvan ik de meeste reeds genoemd heb of nog later bespreken zal:

1°. Onbekendheid of halve bekendheid met de eerste beginselen van ons vak. Deze is het, die het publiek soms eischen doet stellen, die onmogelijk in te willigen zijn, en welker afwijzing aanleiding geeft tot gezegden als: „afzetterij", „flesschentrekkerij", enz.1)

Eedenen van h«' wantrouwen.

^ Voor voorbeelden verwijs ik naar blz. 116. Eén wil ik daaraan hier nog toevoegen, omdat het in de practijk zoo vaak voorkomt. Iemand wendt zich tot de Maatschappij, waarbij hij verzekerd is, met verzoek hem de afkoopwaarde zijner polis op te geven. Aan dat verzoek wordt voldaan, doch de verzekerde kan blijkbaar niet decideeren; hij laat tenminste niets meer von zich hooren. Intusschen vervalt er op zijn verzekering een nieuwe premie, misschien (bij maandpremiën) nóg wel een, of zelfs meerdere. Hij laat de brieven, die de Maatschappij hem schrijft, teneinde hem tot betaling aan te sporen, onbeantwoord, totdat deze eindelijk verklaart, dat zij den post moet roieeren. Dan eerst komt er opnieuw bericht van den verzekerde: hij iteeft de zaak eens willen aanzien, omdat hij nog hoop had, de premiën te kunnen betalen; maar 't gaat niet: hij moet afkoopen. Hij ziet thans remise tegemoet van het hem indertijd opgegeven bedrag. Wanneer de Maatschappij hem nu erop wijst, dat zij sedert risico geloopen heeft en er daardoor premiën vervallen zijn (zoodat het vroeger opgegeven bedrag niet onverminderd gehandhaafd kan worden), ontkent hij dit ten stelligste, en beschuldigt hij de Maatschappij

Sluiten