Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als hun plicht erkennen. Vele vrouwen hebben reeds voor die zwakheid der mannen geboet, en ook. .. voor haar eigen onbedachtzaamheid.

Ik zal mijne lezers niet vermoeien met het ophangen van treffende tafereelen omtrent weduwen, die door eigen schuld onverzorgd achterblijven. Zie om U heen, en de voorbeelden zijn voor het grijpen. Liever wil ik de vraag beantwoorden: Welke moet de houding van den Agent zijn tegenover het optreden van de vrouw, die, dikwijls op ander gebied verstandig en ontwikkeld, bekrompen wordt, wanneer zij over Levensverzekering spreekt? Ik kom hier op een der lastigste onderdeden van de Agententaak. Niemand is vinniger en hatelijker dan de vrouw, wanneer zij meent den man, wien zij haar liefde geschonken heeft, te moeten verdedigen tegen de pogingen van „zoo'n vreemden Mijnheer", die hem tot allerlei dwaasheden wil overhalen. Vandaar, dat vele Agenten de heftigste woorden en de meest kwetsende beleedigingen uit vrouwenmond hebben moeten vernemen.

Tegen dit vrouwelijk vooroordeel valt niet te redeneeren. De vrouw redeneert óók niet, en op het meest logische betoog antwoordt zij: „Dat is alles waar, maar tóch vind ik het een naar idéé en tóch wil ik „er niets van weten." Haar tegenstand spruit hoofdzakelijk voort uit het gevoel, niet uit het verstand. Daarom moet hij ook bestreden worden, niet met streng verstandelijke middelen, doch met middelen, die meer direct tot het gemoed spreken. Eén enkel woord, dat haar als 't ware in de ziel „pakt", doet meer dan ellenlange redeneeringen, waartusschen zelfs het spitsvondigste verstand geen speld steken kan. De vrouw, die jammert, bij de gedachte, dat haar man zich verzekeren zou, komt soms tot inkeer door een enkele wèlgekozen herinnering aan de toekomst van haar kind. Maar ook hier hangt alles weer af van den tact en de menschenkennis van den Agent.

Dikwijls komt het voor, dat de vrouw niet te overtuigen is en met alle vezels van haar gemoedsleven vasthoudt aan haar vooroordeel tegen Levensverzekering, terwijl daarentegen de man de noodzakelijkheid van het nemen eener polis inziet. In dat geval schuwe de Agent niet, den man buiten medeweten van de vrouw te verzekeren. Daarmede predik ik niet de oneenigheid in het huwelijksleven; maar wanneer een kind weigert den drank in te nemen, die het in het leven behouden moet, dan geeft men het dien niettemin in, ook tegen zijn wil; en op het punt van Levensverzekering is de vrouw soms een kind. Het beste bewijs daarvoor is zeker wel dit, dat, wanneer een vrouw, die zich steeds

Sluiten