Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verreweg het beste middel, om de vrouw voor de idéé der Levensverzekering te winnen, is het wel,, wanneer hare bezwaren weerlegd en bestreden worden door.... de vrouw zelve. Hier wordt te groote gevoeligheid door het vrouwelijk gevoel zelf genezen; het is als het ware een homeopatisch middel! Daarom is het zulk een gelukkig verschijnsel, dat enkele vrouwelijke apostels voor de Levensverzekering zijn opgestaan, en dat dames de agentuur van een Levensverzekering-Maatschappij op zich genomen hebben. Er opent zich hier een ruim en dankbaar veld voor den vrouwelijken arbeid, dankbaar, ook omdat het zoo echt vrouwelijk is. Want (wanneer ik nog even aan de ethische zijde van ons vak herinneren mag), is er een taak denkbaar, die beter met de vrouwelijke neigingen strookt, dan het vrijwaren voor armoede en gebrek van andere vrouwen en van kinderen? Werkelijk, wie het goed met de zaak der Levensverzekering meent, zal aan de Agentessen van Maatschappijen op het groote veld, dat vóór haar ligt, een langen en nuttigen arbeid toewenschen en hulde brengen aan haar, die door een kordaat voorbeeld hierin anderen, meer bedeesden, zijn voorgegaan.

Een bezwaar, dat van tijdelijken aard heet te zijn, maar niet zelden zijn tijdelijken aard behoudt tot in eeuwigheid, laat zich in de volgende

Het bezwaar van het „geschikte oogenhlik". Uitstellen.

woorden weêrgeven: „Ik zal mij wel verzekeren, maar nu schikt het „mij nog niet. Ik heb toch al zóóveel uitgaven, dat ik die niet nog kan „vermeerderen. Later, later!"

Het spreekt van zelf, dat men wel eens personen aantreft, die inderdaad in zulke omstandigheden verkeeren, en werkelijk ernstig voornemens zijn, zoo spoedig die omstandigheden gunstiger worden, een verzekering af te sluiten. Maar daartegenover staan velen, die, aan gemak en comfort gewend, er niet toe kunnen besluiten, zich ook maar in iets te bekrimpen, hoe noodig voor hen een verzekering ook is. „Later, als mijn inkomen grooter is!" — Men kan er bijna zeker van zijn, dat,

soms dingen weigerde, die zij hoog noodig had! In het kort: er ontstond een heele scène! De Inspecteur ruimde natuurlijk, als welopgevoed man, het veld. Maar nog dienzclfden avond ontving hij een briefje van den Heer L., hem verzoekende den 12en September terug te komen, daar hij vést besloten was, de verzekering aan te gaan, en zich daarvan door geene omstandigheden zou laten afhouden. Maar op dien datum kwam de Inspecteur voor een gesloten huis: de Heer L. was den vorigen dag plotseling overleden. Kort daarop vernam hij, dat de weduwe in bekrompen omstandigheden leven moest en haar zoon, die aan een Universiteit studeerde, zijne studiën had doen afbreken uit gebrek aan middelen.

Sluiten