Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE HOOFDSTUK. Levensverzekering en Geneeskunde.

Het „Schoenmaker, houd je bij je leest", dat de levensverzekeraars zoo vaak genoodzaakt zijn aan leeken toe te roepen, wanneer deze over Levensverzekering wijsheden ten beste geven, zal wellicht menigeen bij het lezen van den titel van dit Hoofdstuk ook mij willen toevoegen. Men vreeze echter niet, dat ik mij wagen zal op het terrein der geneeskunde zelve. Dit zou voor iemand, wiens geneeskundige kennis nul is, een halsbrekend waagstuk zijn! Daar echter zoovelen over Levensverzekering mede spreken, wier kennis van dat vak even groot is als de mijne op het punt der geneeskunde, is deze geruststellende verklaring wellicht niet geheel overbodig.

De vragen, waarover ik hier wensch te handelen, zijn alleen deze: Waarom en in welke zaken behoeft de Levensverzekering de hulp der geneeskunde?, en: Hoe moet die hulp worden opgevat met het oog op de eigenaardigheden van het bedrijf?

Sterftetafels.

I.

In het Tweede Hoofdstuk werd de beteekenis van sterftetafels behandeld1). Wij zagen toen, dat een sterftetafel een lijst van getallen is, die aanwijzen, hoevele personen van een zeker aantal gelijktijdig geborenen er nog leven na één jaar, na twee jaren, na drie jaren, enz., totdat de laatste hunner overleden is. Wij zagen toen tevens, dat vele sterftetafels uitgaan van een getal van 100.000 gelijktijdig geborenen, en dat uit de opéénvolgende cijfers der sterftetafels, door een eenvoudige

1) Zie blz. 43 v.v.

Sluiten