Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geval niet dienen- om te bewijzen, wat bewezen worden moet. Het geldt daar het constateeren van kanker in een bepaald orgaan. Maar juist dat localiseeren is voor het doel der Levensverzekering-Maatschappij onnoodig en daardoor alléén kan schade ontstaan. „Kanker", zonder meer, is een volkomen toereikende mededeeling. En zoo is het met elke kwaal, die zich in verschillende deelen van het menschelijk organisme openbaren kan.

De argumenten1), door mij hier aangevoerd tegen de opvatting der „onverzoenlijke" medici, worden, zonder onderscheid, door velen onder hunne collega's — waarschijnlijk wel door de meerderheid der doctoren — gedeeld. Moge het den laatsten gelukken, de bezwaren der eersten te overwinnen! Een samenwerking tusschen doctoren en levensverzekeraars, die op wetenschappelijk en practisch gebied zooveel goeds tot stand kan brengen, wordt onmogelijk, indien de medici er de voorkeur aan geven, bij elke gelegenheid, die zich daartoe voordoet, los te trekken tegen de Maatschappijen, die een verklaring omtrent de doodsoorzaak verlangen, en zij — laten we aannemen uit louter onwetendheid — dien wensch aan minder eervolle motieven toeschrijven.

VI.

Zeer dikwijls hoort men de klacht, dat het jammer, ja bijna weeed is, slechts hen, die een goede gezondheid genieten, in de gelegenheid te stellen, door verzekering voor hunne na te laten betrekkingen te ' zorgen. Die klacht heeft een grond van waarheid, maar een afdoend middel tot verbetering is nog niet gevonden. Nog kan het geneeskundig onderzoek niet afgeschaft worden\ Er zijn Maatschappijen (zeer enkele), die de gelegenheid tot verzekering bij overlijden openstellen, ook zon-

J) Het is mijn vaste overtuiging, dat de „onverzoenlijken" slechts door redeneering en het aanvoeren van juiste argumenten te bekeeren zijn. Jaren geleden werd — naar aanleiding van een door 40 Nederlandsche Maatschappijen ingediend adres — een Wetsontwerp ingediend, dat de doctoren machtigde, de verklaring omtrent de doodsoorzaak aan Levensverzekering-Maatschappijen af te geven. Adres en Ontwerp waren m. i. beter achterwege gebleven. Geen medicus, die zich voigens eer en geweten tot weigering verplicht acht, zou zich door die wettelijke machtiging laten bekeeren! Slechts meerdere ontstemming kon het gevolg zijn.

Op de Algemeene Vergaderingen van de Maatschappij ter bevordering der geneeskunst werd in de jaren 1909 en 1910 het onderwerp (niet voor het eerst!) behandeld. Men kwam toen tot en verglijk en sedert is de „strijd" minder fel gewcesi.

Afschaffing geneeskundig0^, üerzoek. — ierwaardige ^ vens.

Sluiten