Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.kort schoten en de „Kas" of „Beurs" den weg opging van zoovele harer voorgangsters. Ook toen hadden die instellingen meestal nog een onderling karakter, hoewel reeds hier en daar een ondernemer opstond, die met de verzekeringsbehoefte van het publiek zijn voordeel deed. Tot op onzen tijd heeft men dergelijke fondsen zien oprichten, en er bestaan er tot op den huidigen dag sommige, welke eiken wetenschappelijken grondslag missen.

In de 19e eeuw werd het heirleger van zulke instellingen nog vermeerderd door particuliere ondernemingen van de bezorgers van begrafenissen, en deze zijn het, die het ur-type geleverd hebben van de tegenwoordig bestaande Begrafenisfondsen.

Het was begrijpelijk, dat deze lieden daartoe kwamen. Zij, die voor de begrafenis zorg droegen, moesten uit den aard der zaak de gedachte bij zich voelen opkomen, of het ook niet hun taak was, aan de nabestaanden van den overledene het betalen van de kosten daarvan gemakkelijk te maken. Een voor geringe lieden tamelijk hoog bedrag ontvingen zij dikwijls slechts met veel moeite, en het lag voor de hand, dat zij het betalen daarvan mogelijk maakten, door reeds gedurende het leven wekelijks kleine betalingen aan te nemen, tot dekking van de begrafeniskosten na den dood. Wanneer die dood plaats vond, waren er geene verdere bijdragen verschuldigd; en wat zij, die vroeg stierven, te weinig bijdroegen, zou wel gevonden worden uit wat langlevenden te veel betaalden! Daar, waar zich geen ondernemer opdeed, die een dergelijk zaakje op touw zette, vormden zich dikwijls onderlinge vereenigingen met hetzelfde doel onder de bewoners van één plaats of van eenige aangrenzende gemeenten. In den grond kwamen deze dus overeen met wat men tegenwoordig Levensverzekering-Maatschappijen noemt, vooral toen verreweg het meerendeel de eigenlijke bezorging van de begrafenis varen liet, teneinde zich alleen te bepalen tot het uitkeeren van een geldsom, waaruit de kosten der begrafenis gedekt konden worden.Desnoods zou die som echter ook voor andere doeleinden gebruikt kunnen worden, en de zaak komt dus feitelijk neer op de uitkeering van een kleine som bij overlijden. Niettemin is en blijft het uitgesproken doel van die uitkeering: de dekking van de kosten der begrafenis.

Reeds zeide ik, dat het vooral particuliere personen waren, niet zelden ondernemers van begrafenissen, die zulke Fondsen stichtten. Die ondernemingen bleken echter in de eerste jaren dikwijls zóó voor-

Begrafenisfondsen, verbonden aan Begrafenis* ondernemingen.

Het Begrftfeö'1 fonds als v»r\, culiere ondet\ ming enftl»^ schappij.

Sluiten