Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrolijkheid net „erzeke-

Een ieder, die met aandacht het eindrapport en ook het verslag van de gehouden verhoorën naleest, gepubliceerd door de Staatscommissie van Arbeidsenquête, wier eerste afdeeling een nauwkeurig onderzoek instelde naar de werking der niet aan bepaalde bedrijven verbonden ondersteuningsfondsen (en dus ook der Begrafenisfondsen) in Nederland, zal mede tot de „bekeerlingen" behooren. Uit dit voortreffelijke werk blijkt zonneklaar, dat alle duistere beschuldigingen, die men hoorde mompelen, alleen op „hoeren zeggen" berustten, en dat de een den ander, zij het ook geheel te goeder trouw, nasprak. Zoo goed als eenstemmig was op dit punt het oordeel, zoo van medici, als van Bestuurders van Begrafenisfondsen en van de verzekerden zeiven. Niet alleen, dat van verwaarloozing en slechte behandeling van kinderen met het oog op het ontvangen der uitkeeringen, geen enkel voorbeeld kon worden aangehaald, maar het bleek zelfs, dat over het algemeen de behandeling der kinderen in de minder bevoorrechte standen een uitmuntende is, altijd uitmuntend, voorzooverre de dikwijls zeer behoeftige omstandigheden der ouders het toelaten.

Wat men het kind goeds aandoen kan, dat ontvangt het ook; en zelfs in gevallen van gebrek wordt dikwijls het brood voor de kinderen door de ouders letterlijk uit den mond gespaard. En dat alles, onverschillig of er bij het overlijden van het kind al dan niet een uitkeering zal plaats hebben. Wel verre van treurige geheimen te onthullen, heeft het onderzoek van de Staatscommissie dus aan het licht gebracht, dat den Nederlandschen arbeidersstand, wat de behandeling zijner kinderen betreft, geen verwijt treffen kan, en dat de Nederlandsche arbeider te hoog staat, om het leven van zijn kind voor enkele guldens moedwillig op te offeren. Het is een groote voldoening, dat men dit op goede gronden constateeren kan, zonder gevaar te loopen, voor te optimistisch gehouden te worden.

Het spreekt vanzelf, dat Levensverzekering-Maatschappijen verzekeringen op het leven van jonge kinderen niet afsluiten, om de eenvoudige reden, dat het leven van een kind, welks overlijden de kosten van begrafenis veroorzaken zoude, geen geldelijk belang vertegenwoordigt, noch voor de ouders, noch voor iemand anders — tenminste in de overgroote meerderheid der gevallen! Het kind werkt niet, het verdient niet, het draagt niet bij tot de kosten van het huishouden, integendeel het veroorzaakt kosten, want het moest gevoed en gekleed worden. Toch zijn er gevallen denkbaar, waarin het leven van het kind een gel-

Sluiten