Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sommen worden die premie-termijnen uiterst klein. Zij worden geïnd door z.g. „Boden". Zulke Boden zullen in den regel tot een anderen stand behooren dan de Agenten van eigenlijke LevensverzekeringMaatschappijen: zij hebben soms een groot aantal incasseeringen te doen en gaan dan elke week van huis tot huis, nemen kwartjes, dubbeltjes of centen in ontvangst, dikwijls zelfs zonder een kwitantie daarvoor af te geven, en worden voor het incasseeren van elke premie beloond met een halve, driekwart, of een heele cent. Voor het aanbrengen van nieuwe leden ontvangen zij één of meer kwartjes. Die belooning voor de Boden moet dikwijls door de leden boven de gewone tariefpremiën betaald worden, daar zij anders veel te sterk op de geringe premie drukken zoude. In verhouding worden daardoor de premiën van Begrafenisfondsen duurder dan die van Levensverzekering-Maatschappijen — een kwaad, waartegen echter geen kruid gewassen is, en dat noodzakelijk voortvloeit uit de ongunstiger verhouding van de kosten tot de premiën.

De eigenlijke Levensverzekering-Maatschappijen kennen geene weekpremiën, hoogstens maandpvemi'én en dat nog niet eens allen! Hare Agenten, die met ambtenaren, kooplieden, bankiers, makelaars, enz. in aanraking komen, moeten daarom een hoogere ontwikkeling hebben dan de Boden van Begrafenisfondsen. Hiermede wil ik nu niet zeggen, dat de Agent eener Levensverzekering-Maatschappij altijd en overal tot den beteren stand moet behooren: een „heer" zou in een boerendorp weinig succes hebben! Maar zonder twijfel verkeeren de Agenten van Levensverzekering-Maatschappijen over het algemeen in andere kringen en behooren zij tot een anderen stand dan de Boden van Begrafenisfondsen.

Ook de positie van beiden tegenover hunne verzekerden is een geheel andere. Het groot aantal leden van eenigszins uitgebreide Begrafenisfondsen maakt het onmogelijk, dat de Directie met elk bijzonder lid steeds afzonderlijk voeling houdt; daarom is tegenover den verzekerde de macht van den Bode veel grooter dan die van den Agent eener Levensverzekering-Maatschappij. Vooral waar het het verleenen van uitstel en het roieeren van posten betreft, heeft de Bode soms een bijna onbeperkte bevoegdheid, terwijl de Agent in zulke gevallen geheel en al van zijn Directie afhangt. De Bode is dus ook meer in de gelegenheid, van die bevoegdheid misbruik te maken, en dit is, helaas, somtijds geschied. Willekeurige en onrechtvaardige roiementen zijn niet zeld-

13

Sluiten