Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m

edent!

genoegen te kunnen constateeren, dat andere in deze met werkelijke humaniteit te werk gaan, en dat het geen zeldzaamheid is, een Bode uit eigen zak de contributie te zien voorschieten, om een arm, oppassend huisgezin uit den brand te helpen. Dergelijke lichtpunten verdienen wel eens goed gereleveerd te worden, waar zoovelen alleen oogen hebben voor de donkere zijde van het optreden van sommige Begrafenisfondsen.

Doch ik dwaal thans af. Van die Begrafenisfondsen, welke zich op wetenschappelijken grondslag hebben ingericht, kennen vele hunnen leden na een zeker aantal jaren een recht toe op eenige restitutie, zoo geen verdere contributie wordt betaald. Met het oog op de naar verhouding hoogere onkosten, welke uit de premiën van het fonds moeten betaald worden, zal ook die te restitueeren som naar verhouding dikwijls geringer zijn dan bij Levensverzekering-Maatschappijen. Dit is een natuurlijk uitvloeisel van de behoeften van ieders bedrijf en van de absolute noodzakelijkheid, om de toch reeds overtalrijke gevallen, waarin dergelijke kleine verzekeringen worden afgebroken, tot een minimum terug te brengen.

Onder de redenen, welke dat talrijke uittreden van verzekerden veroorzaken, noem ik nog, behalve de wijze, waarop vele Boden hun taak opvatten, de groote faciliteiten, die sommige Fondsen aan leden van andere, concurreerende instellingen toestaan, voor het geval die tot hen wenschen over te gaan. Want het is een treurig feit, dat er Bestuurders van zelfs vrij aanzienlijke Begrafenisfondsen gevonden worden, die bereid zijn in zulk een geval dezelfde contributiën in rekening te brengen, welke het overloopende lid bij zijn eerste Fonds betaalde, al is dat lid in dien tijd misschien veel ouder geworden. Het wordt dan tevens vrijgesteld van een mogelijk entréegeld, dat van nieuw-toetredende leden verlangd wordt, en op alle mogelijke wijzen wordt ervoor gezorgd, dat het overloopen zoo smakelijk mogelijk schijnt. Ook vrijstelling van een geneeskundige gezondheidsverklaring wordt in zulke gevallen niet zelden verleend.

Dit brengt mij van zelf op het onderscheid, dat er bestaat tusschen de verklaring omtrent den gezondheidstoestand, welke vereischt wordt voor het sluiten eener levensverzekering bij een eigenlijke Levensverzekering-Maatschappij en voor het lid worden van een Begrafenisfonds. Na alles, wat ik in het vorige Hoofdstuk mededeelde behoeft het zeker geen verder betoog, dat voor het toetreden tot een Levensverzekering-Maatschappij een nauwkeurig en uitvoerig onderzoek door

13*

Sluiten