Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.^ie oefent het ";aatstoezicht

Levensverzekeringsbedrijf, die in de eerste plaats aan het publiek ten goede komt. Het den buitenlandschen Maatschappijen lastiger te maken dan den binnenlandschen, is wat de Duitschers noemen „Kramerpolitik". In dit opzicht moet men protectionistische neigingen onderdrukken; want, meer dan op ander gebied, is een gezonde concurrentie hier in het' belang van verzekerden en publiek.

Zooals reeds gezegd, zijn de eischen voor de concessie in verschillende landen ook verschillend. Volstorting vaij een deel van het maatschappelijk kapitaal, en de verdere gewone eischen voor het oprichten eener Naamlooze Vennootschap, nemen daarbij een eerste plaats in; voorts het storten van een depót (meestal in effecten), als waarborg voor den ernst der onderneming en voor de belangen der verzekerden, het overleggen van de gegevens voor de methode der reserveberekening, enz. Tot op zekere hoogte kan deze Staatsbemoeiing verdedigd worden, maar niet zij is het, die bedoeld wordt, wanneer over „Staatstoezicht" gesproken wordt. Men bedoelt dan de controle op het bedrijf van eenmaal gevestigde ondernemingen, d. i. de Staatsbemoeiing, die zich niet tevreden stelt met het verleenen van de vergunning tot het doen van zaken, doch die zich mengt in het dagelijksch beheer der Maatschappijen van Levensverzekering, met het doel, eventueele misbruiken te beletten en daardoor de belangen der verzekerden voor te staan. Die Staatsbemoeiing is het, die ik in haar ware gedaante wensch te toonen.

II.

„De Staat" is een abstract begrip. Waar Staatstoezicht wordt uitgeoefend geschiedt dit door Ambtenaren, die namens den Staat optreden.

Het Staatstoezicht op Levensverzekering-Maatschappijen nu kan op twee wijzen worden gedacht: óf door een Commissie van Ambtenaren, die „en bloc" controleert, gezamenlijk hare voorschriften uitvaardigt en gezamenlijk den toestand der verschillende Maatschappijen onderzoekt; óf door verschillende Ambtenaren, die ieder voor zich belast zijn met de controle van één of meer Maatschappijen. Het spreekt van zelf, dat de taak van zulk een Ambtenaar, die voor zichzelven en alleen te controleeren heeft, zóó uitgebreid zijn kan, dat hij daarbij de hulp van meerdere personen behoeft, ja dat hij daartoe aan het hoofd staat van een afzonderlijk Regeeringsbureau. Maar al die helpers zijn dan eenvoudig te beschouwen als ondergeschikten, die hem bijstaan in het

Sluiten