Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enorme macht, die hier aan één enkel persoon verleend wordt, vooral wanneer geene wettelijke bepalingen zijn bevoegdheid beperken.

Zooveel is zeker, dat dit toezicht noodzakelijk in hooge mate de kenmerken zal dragen van de individualiteit van den daarmede belasten Ambtenaar. Is deze een slecht vakman: het toezicht zal zonder oordeel geschieden; is hij een kwaadaardig mensen: het toezicht zal hatelijk en vol plagerijen zijn; is hij een goedig iemand: de controle zal allicht zorgeloos en onbeduidend worden. Toen, op den 6en December 1883, bij den Franschen Senaat een Wetsontwerp werd aanhangig gemaakt, dat het principe „Staatstoezicht" in dezen vorm huldigde, protesteerden daartegen ernstig 16 van de 24 Fransche Maatschappijen, en dat wel de grootste en oudste onder haar. Ziehier een aanhaling uit dat protest, welke des te meerwaarde heeft, omdat de uitstekendste deskundigen van Frankrijk daarbij aan het woord waren:

„Hoe onafhankelijk de positie van den Ambtenaar ook is, hoe goed „zijne bedoelingen, hoe uitstekend zijne capaciteiten ook zijn, men mag „zich toch wel tweemaal bedenken, voordat men zulke alles overwegende „belangen in handen geeft aan één enkel man, wiens oordeel geïnfluen„ceerd worden kan door verkeerde opvattingen, door een overdreven „dienstijver, door gevestigde vooroordeelen, ja zelfs door de relatiën, „die hij onderhouden moet met de hooggeplaatste Ambtenaren der „Maatschappijen. Laat ons er maar voor uitkomen, hij zal altijd voor „het volgende alternatief staan: óf om tot plagerijen te vervallen, wanneer „hij vreest niet streng genoeg toezicht te houden, óf om al te toegevend „te worden, wanneer hij vreest in zijn toezicht al te streng te zijn.

„Bovendien zal elke Ambtenaar zijn taak volbrengen naar zijne eigene „opvattingen en inzichten, zoodat er om zoo te zeggen evenveel wijzen „van toezicht zullen ontstaan als er Ambtenaren zijn. De een zal strenger „zijn, de ander bedeesder; de een zal zijn toezicht uitstrekken tot punten, „die volgens den ander buiten dat toezicht moeten vallen. In plaats „van tot éénheid van inzicht, die noodzakelijk is om het Staatstoezicht „voor alle Maatschappijen één en hetzelfde te maken, komt men tot een „verscheidenheid op dit punt, die stuitend en onrechtvaardig is."

Men zou daaraan nog kunnen toevoegen, dat, ook ingeval een toeziende Ambtenaar door een anderen vervangen wordt, die andere inzichten en andere opvattingen heeft, den Maatschappijen veel noodelooze arbeid en moeite worden opgelegd, alleen omdat die twee heeren van opinie gelieven te verschillen.

Sluiten