Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het feit, dat de toezicht houdende ambtenaren — hetzij dan dat zij het toezicht commissoriaal uitoefenen, hetzij dat zij ieder individueel optreden — door den Staat zijn aangesteld, moge aan hun optreden een officieel karakter geven, niemand zal beweren, dat hun daarmede een zóódanig brevet van voortreffelijkheid gegeven wordt, dat hun inzicht als het eenige, onfeilbaar ware beschouwd moet worden. Er is geen enkele reden om aan te nemen, dat een Staatsambtenaar in eerlijkheid, helderheid van inzicht en vooral ook in vakkennis boven de Directeuren van Levensverzekering-Maatschappijen zoude staan. Uit den aard der zaak zou men eer het omgekeerde vermoeden. In vele gevallen is de positie van een Staatsambtenaar niet zoo onafhankelijk als zij zijn moest, en meestal zal de vakkennis van Directeuren, die om zoo te zeggen in het vak zijn opgegroeid, grooter zijn en van beter gehalte dan die van den Staatsambtenaar. Men vergete verder niet, dat menig Gouvernement „vriendjes" heeft, wien het gaarne de een of andere goede betrekking bezorgt, en dat soms zulk een „vriendje" tot functiën geroepen wordt, waarvoor hij zelf verklaart in de verste verte niet berekend te zijn. Nergens kan dit aanleiding geven tot ernstiger gevolgen dan bij de Staatscontrole op Levensverzekering-Maatschappijen.

Dat werkelijk de Staatsbeambten zich in de practijk verre van onfeilbaar getoond hebben, wordt algemeen toegegeven, zelfs door de voorstanders van het toezicht. Mr. Sheppard Homans, een der ijveraars vóór Staatstoezicht in de Vereenigde Staten, heeft b. v. volmondig erkend, dat er door de toezicht oefenende Ambtenaren misslagen begaan of goede dingen nagelaten worden en dat de balans in deze naar de ongunstige zijde overslaat.

Mijzelven is een geval bekend, waarin de toezicht oefenende Ambtenaar aan de onder zijn toezicht staande buitenlandsche Maatschappijen een vragenlijst ter beantwoording zond, die van zóó weinig vakkennis getuigde, dat.de Directeur van een dier Ondernemingen hem dit onder het oog meende te moeten brengen. De Staatsambtenaar was in dit geval een gemoedelijk man. Hij bekende, dat hij geen bizondere studie van de zaak had gemaakt, en dat de beschouwingen van den Directeur hem gegrond voorkwamen. Hij verzocht dezen zelfs, een ontwerp te maken voor de aan de Maatschappijen te stellen vragen. Wat blijft er hier over van Staatstoezicht??

Staatsambten»' ren niet onfeil' baar.

Sluiten