Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mr. T. E. Young1), de President van het Congres van Actuarissen te Londen in 1898, noemt het voorschrijven van bepaalde soorten van geldbelegging door den Staat „een hoogst onverstandigen en gevaarlijken maatregel". Ook hij wijst op de gevaren van het speculeeren van den Staat op het rijzen van de koersen der Staatspapieren, die ter belegging worden voorgeschreven. Dat de Staat aldus op kosten der Maatschappijen profiteert acht hij „een ongelukkigen toestand". Ik betwijfel of vele toezicht-houdende Staten dat in hun hart met hem eens zijn!

De ondervinding, in den oorlog opgedaan in verband met den ongekend lagen stand van sommige valuta, heeft niettemin de wenschelijkheid van één wettelijk voorschrift in dezen geest aangetoond, dat de reserVe, wat de verschillende valuta betreft, belegd Worde in dezelfde verhouding, waarin die valuta onder de verplichtingen eener maatschappij vertegenwoordigd zijn. Aan deze vraag werd in de tijden vóór den oorlog zoo goed als geen aandacht gewijd.

Ook omtrent de waardeering der effecten geven de Wetgevingen van vele Staten voorschriften en wel in dien zin, dat waardeering naar den beurskoers wordt voorgeschreven. In de economische verwarring, die in en na den vorlog ontstaan is, werd echter aan de Maatschappijen — ter redding uit den nood — de bevoegdheid gegeven van dit voorschrift af te wijken en een ander systeem te kiezen.2)

3°. De productie, en wel in het bizonder het cijfer der productie. Tot dusverre bestaat er nog slechts één Staat (de V. S. van Noord-Amerika), waar de Wet het productie-cijfer tot een bepaald maximum beperkt. Er mag daar door de Maatschappijen niet méér geproduceerd worden:

„toezicht" het wel en wee der Maatschappijen in handen hebben, beslist ongeoorloofde 'pressie uitgeoefend om die Maatschappijen groote bedragen in oologsleeningen te doen beleggen. En de bedoelde Maatschappijen lijden nu onder de gevolgen daarvan, terwijl Papa Staat (die sedert een ander jasje heeft aangetrokken) zich niet voldoende rekenschap ervan geeft, dat hij en hij alléén de verantwoording voor den toestand draagt.

1) In het Jaarboekje der Vereeniging voor Levensverzekering voor 1905. Den vrienden van Staatstoezicht zij het daarin van zijne hand voorkomende opstel bizonder ter lezing aanbevolen!

2) De beide andere hoofd-systemen in deze zijn:

1° Waardeering naar de aankoopwaarde van alle fondsen, die in elk opzicht aan hunne verplichtingen voldoen; van andere fondsen: waardeering naar den beurskoers.

2° Waardeering naar de Contante waarde van alle op vasten termijn of naar een vast plan aflossende fondsen.

Sluiten