Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„„„^'lieten, tun"Sn Direc-

Hoewel er niemand is, ook niet onder de ijverigste voorvechters voor Staatstoezicht, die mijn oordeel hieromtrent niet onderschrijft, storen sommige toezicht houdende Staten zich in de practijk weinig daaraan, en maken van hun controle iets, dat een Politie-toezicht zeer nabij komt, ja soms overtreft. Allermerkwaardigst zijn op dit punt de bepalingen van een indertijd in opdracht der Hongaarsche Regeering gepubliceerd ontwerp voor een Wet op de daar te lande werkende LevensverzekeringMaatschappijen. Met de motiveering, dat de Staat toch moet kunnen controleeren, of zijne voorschriften wel naar behooren opgevolgd worden, wordt daar aan de Ambtenaren de macht verleend, niet alleen ten allen tijde inzage te nemen van de boeken der Maatschappij, maar zelfs de kas met de boeken te verifieeren. En niet alleen ontworpen zijn dergelijke bepalingen! Het is alweer in Duitschland, waar de toeziende Ambtenaren eenvoudig ten kantore verschijnen en alle boeken, tot zelfs briefcopieboeken, benevens alle ingekomen brieven gemoedelijk doorkijken. Elke vraag, die zij bij die gelegenheid stellen, moet beantwoord worden.

Dit alles vormt een directe inbreuk op de persoonlijke vrijheid van den Staatsburger, die overigens alleen geoorloofd is, ingeval van misdrijf, zoo verduistering vermoed wordt, en dan alleen door de Justitie\ Toch is het niet te ontkennen, dat het Staatstoezicht tot deze consequentie voeren moet. Wat beteekenen de z.g. preventieve voorschriften der Regeering, wanneer zij de macht mist, na te gaan, of zij wel opgevolgd worden? Toezicht oefenende Regeeringen moeten dan ook steeds tot dergeiijke maatregelen haar toevlucht nemen, al gaan zij daarin ook niet alle even ver. Het feit, dat het systeem van Staatstoezicht tot zulke consequentiën leidt, is op zich zelf reeds voldoende om het te veroordeelen.

Zoowel op het punt der reserveberekening als op dat der geldbelegging en in meer ondergeschikte vragen van beheer, kan de meening van den Staatsambtenaar in strijd zijn met die van de Directie eener Levensverzekering-Maatschappij. Ik geloof niet te overdrijven, wanneer ik beweer, dat men in de meeste gevallen aannemen kan, dat de Directie het bij het rechte einde zal hebben. Reeds vroeger wees ik erop, dat de Directeur eener Leversverzekering-Maatschappij meestal meer vakkennis bezitten zal dan de controleerende Staatsambtenaar. Zijn opleiding, de ondervinding, die hij dagelijks opdoet, het persoonlijk belang, dat hij bij solide consolideering zijner Maatschappij heeft, dat alles zijn omstandigheden, welke dit vermoeden wettigen. Niettemin moet, bij verschil van inzicht, de Directeur eener Maatschappij zich aan het Staatsorakel

14

Sluiten