Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jj.yerantwoordeSJkheid van den '1laat.

oordcelen bevoegd te zijn, haar indienen. In de tweede en voornaamste plaats is de Rechtbank meestal geen lichaam, dat in aangelegenheden, die de verzekeringstechniek betreffen, zelfstandig oordeelen kan. Een rechtsgeleerde is gewoonlijk geen Actuaris! In verreweg de meeste gevallen zal daarom de Rechtbank zich moeten laten voorlichten door deskundigen, en deskundigen, die noch aan eene Maatschappij, noch als Staatsambtenaar werkzaam zijn, zijn niet gemakkelijk te vinden. Toch zijn slechts deze volmaakt onpartijdig. Deze poging om tot een oplossing te geraken is als mislukt te beschouwen, hetgeen trouwens natuurlijk is, omdat de oorzaak van het kwaad niet weggenomen wordt, n.1. het optreden van den Staatsambtenaar, als officieel deskundige van Regeeringswege, daar, waar de Wetenschap zelve nog niet tot eenstemmigheid gekomen is.

Volgens algemeene rechtsbeginselen is een ieder, die toezicht moet oefenen op de daden van een ander, zoo hij daarop geene aanmerkingen maakt, voor die daden mede verantwoordelijk. En zoo hij dien ander tot zekere daden dwingt, valt aan het bestaan dier verantwoordelijkheid in 't geheel niet meer te twijfelen. Waar de Staat voorschrijft, dat op deze of' gene wijze de reserve moet berekend worden, dat geldbeleggingen slechts op deze of gene wijze mogen geschieden, waar hij ook op andere punten bindende voorschriften geeft, en bovendien gecenseerd wordt, na te gaan, of die voorschriften wel worden opgevolgd, daar draagt ook de Staat de verantwoordelijkheid voor alle verliezen, die uit een onoordeelkundig beheer zouden kunnen voortspruiten. Hij kan wel zeggen, dat het niet zoo is, ja hij kan (zooals in Oostenrijk) de finantieele verantwoordelijkheid voor zijn toezicht uitdrukkelijk uitsluiten, dit zijn woorden: feitelijk, naar de meest elementaire beginselen van het Recht, is hij zedelijk verantwoordelijk, al verklaart hij ook honderd en duizendmaal, het niet te zijn. En de zedelijke verantwoordelijkheid is hier onmogelijk te scheiden van de finantieele. Wanneer de Staat de Directie eener Maatschappij dwingt — soms geheel tegen haar overtuiging — zekere maatregelen toe te passen, dan gaat het niet aan, die Directie de verantwoordelijkheid voor die maatregelen te laten dragen. Dit is onlogisch en in hooge mate onbillijk.

Niettemin geschiedt deze onbillijkheid in elk land, waar Staatstoezicht bestaat, want geen Regeering heeft nog den moed gehad, de onvermijdelijke consequentie van het systeem van Staatstoezicht te aanvaarden, en Staatsverantwoordelijkheid te proclameeren. Tot op zekere

14*

Sluiten