Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„te vervallen. Het bereikt zijn doel niet, het ontsteekt geen meerder

„licht. Hoe zou het dat kunnen, waar het zélf niet helder ziet!" Maar

nieuwe gebeurtenissen stonden voor de deur!

Het faillissement van de „Rente Viagère" (schepping der Humberts) en dat van de Caisse Générale des Families maakten diepen indruk. Het toezicht van den Staat had zich opnieuw onmachtig getoond, en dat, terwijl een ieder had kunnen nagaan, dat de zaken bij de „Caisse des Families" allertreurigst stonden. Het verschijnsel — boven reeds in het algemeen besproken —, dat het publiek op verscherping van Staatstoezicht aandrong, deed zich nu in Frankrijk voor en versterkte den drang der concurrentie-vreezende vakmannen. Zoo ontstand de Wet, die thans nog in Frankrijk geldende is. Zij laat de punten, die er vooral op aankomen ter regeling, over aan later gepubliceerde Ministeneele Besluiten. De Wet bepaalt eigenlijk, dat er — in hoofdzaak — geen Wet zal zijn, maar dat Ministerieele Besluiten het bedrijf zullen regelen.

Doordat — practisch gesproken — een dezer Besluiten minimumtarieven voorschrijft (die hooger zijn dan de tarieven van vele nietFransche Maatschappijen) wordt de concurrentie dier laatste met de Fransche ondernemingen zeer bemoeielijkt (protectie?).

Maar bovendien: de voorgeschreven beleggingen leverden — althans vóór den oorlog — + 3%% op. Voor de Toekomst was daaraan geen bezwaar verbonden: men kon dan de tarieven op dienzelfden rente-voet berekenen, waar tot dusverre daarvoor meestal 4% aangenomen werd. En de reeds bestaande beleggingsportefeuille kan onaangetast blijven,

omdat de wet geen terugwerkende kracht had voor de Fransche

Maatschappijen] Voor de buitenlandsche echter wèl en deze moesten hun fondsen omwisselen tegen de slecht-rentegevende, die voorgeschreven werden, hetgeen een aanzienlijk, jaarlijks terugkeerend verlies beteekende, omdat bij de reserve-berekening op minstens 4% gerekend was. Vele buitenlandsche Maatschappijen verlieten dientengevolge Frankrijk (protectie?).

Wanneer men eenmaal afstand gedaan heeft van den eisch, dat de vrijheid van bedrijf gehandhaafd blijve, dan behoort de Fransche Wetgeving .zeker niet tot de slechtste. Immers: zij zegt, waarop hel staal] Elke Maatschappij weet precies, aan welke voorwaarden zij heeft te voldoen, wit zij in Frankrijk werken. De arbeid der controleerende be-' ambten beperkt zich tot de controle, of aan die voorwaarden (die feitelijk

Sluiten