Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opvoedende kracht van het systeem der gedwongen openbaarheid.

goed- of afkeurend oordeel. Dat oordeel wordt overgelaten aan het publiek, dat met beide oogen zien kan!

Maar — en hier kom ik op de tweede der op blz. 230 genoemde noodzakelijkheden — wat moet er gedaan worden om ertoe te geraken, dat het publiek juist zie, dat het uit de gepubliceerde gegevens juiste gevolgtrekkingen make? Het antwoord op die vraag is eenvoudig dit, dat juist door de werking van het systeem der gedwongen openbaarheid dat doel bereikt zal worden. Er gaat van dat systeem een opvoedende kracht uit, die het publiek op dit punt steeds meer helderziende en meer bevoegd tot oordeelen maken zal.

Waar Staatstoezicht de verzekerden in den (helaas dikwijls valsch gebleken!) waan brengt, dat zij gerust kunnen zijn, want dat de Staat waakt, verliezen zij de neiging, om zelf te onderzoeken en zelf toe te zien. Waar een algeheele afwezigheid van wettelijke voorschriften — zooals ten onzent — onverschilligheid kweekt bij het publiek, dat door den Staat nimmer en bij geen enkele gelegenheid aan het bestaan van Levensverzekering-Maatschappijen herinnerd wordt, daar gaat dat publiek zijn dagelijkschen gang, niet denkende aan een onderzoek en eigen controle. Waar echter de Staat de Maatschappijen tot periodieke publicatiën dwingt, of zelf die publicatiën bezorgt, lokt hij tot onderzoeken uit, zonder het denkbeeld op te wekken, dat de Staatsbemoeiing onderzoek overbodig maakt. Door het bewijstzijn, te moeten en te kunnen onderzoeken, ontstaat er onder het publiek een opvoedingsproces. Voorgelicht door deskundigen, die in staat zijn, het van den aanvang af op elke fout te wijzen, leert het helder zien, niet het minst ook door de vrije, onbevooroordeelde critiek der Maatschappijen onder elkander. Van bizonder belang is hierbij de voorlichting der pers wier aandacht, door de periodieke publicatiën van Regeeringswege der door de Maatschappijen verstrekte gegevens, op den toestand dier Maatschappijen gevestigd wordt, en die — zoo zij haar taak naar behooren opvat — eene strenge critiek daarop oefenen zal. Mogelijke gebteken in het beheer of andere zaken, die voor verbetering vatbeer zijn, zullen in het openbaar worden besproken; er zal op verbetering worden aangedrongen, en de Bestuurders der Maatschappijen zullen aan billijke verlangens gehoor moeten geven. Het spreekt vanzelf, dat ik hier doel op de ernstige, eerlijk naar het goede strevende pers; tegen opzettelijk verkeerde voorstellingen en verdraaide gevolgtrekkingen zij in het bizonder gewaarschuwd, opdat men het lasteren en zwart maken in meer of minder obscure finantieele

Sluiten