Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gedwongen liquidatie.

„en een goed gevormde publieke opinie, en niet uit Staatstoezicht, dat

„nog nimmer en nergens het onmatig opdrijven der onkosten voorkomen „heeft."

Ook al heeft eene Maatschappij hare betalingen niet gestaakt, uit de gedwongen publicatiën kan blijken, dat zij feitelijk reeds insolvent is __ b.v. als de dekkingsmiddelen voor hare reserve veel te gering zijn, zoodat het staken harer betalingen in de toekomst onvermijdelijk is —, of dat er een wanbeheer bestaat, dat weldra tot insolventie voeren moet. In dat geval moet van de verzekerden het initiatief tot verbetering van den toestand kunnen uitgaan. Hen daartoe in de gelegenheid te stellen noemde ik als het derde vereischte om het stelsel van Vrijheid en Openbaarheid tot zijn" recht te doen komen.

Het gaat natuurlijkjtiet aan, dit recht van initiatief alleen aan de verzekerden „en bloc" toe te kennen. Het zou dan practisch niet uitgeoefend kunnen worden. Het moet dus aan een bepaald (niet te groot) aantal verzekerden toegekend worden, en wel zóódanig dat het kan worden uitgeoefend, wanneer zulk een aantal verzekerden dat verlangt. Het aan te wenden middel is hier een door den Rechter te bevelen onderzoek door deskundigen, dat gevolgd kan worden door gedwongen liquidatie, door pondspondsgewijze vermindering der verzekerde bedragen of door andere maatregelen, door den Rechter voor te schrijven.

Het spreekt vanzelf, dat streng gewaakt moet worden tegen de mogelijkheid, dat een klein groepje verzekerden op lichtvaardige gronden of zelfs uit louter kwaadwilligheid eene solide Maatschappij door het aanvragen van zulk een onderzoek in opspraak brengen zoude. Het eenvoudige middel ter voorkóming van zulke betreurenswaardige gevallen bestaat hierin, dat de Rechter geen onderzoek "bevelen mag, voordat hem is voorgelegd:

1° Een bewijs, dat door de klagende verzekerden een geldsom — die niet onaanzienlijk zijn mag — gestort is, waaruit, ingeval het onderzoek voor de Maatschappij gunstig afloopt, de kosten van dat onderzoek betaald zullen worden en eventueel door het onderzoek geleden schade aan de Maatschappij zal worden vergoed. 2° Het bewijs van een bepaald feit, waaruit men inderdaad tot de gegrondheid van de vrees der verzekerden, bij een oppervlakkige beschouwing, zou besluiten. De practijk in Engeland heeft sinds jaren geleerd, dat deze bepalingen volkomen voldoende zijn om lichtvaardige klachten te voorkómen.

Sluiten