Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vóór de invoering der Wet van 1870 waren in het Vereenigde Koninkrijk 528 Maatschappijen opgericht; hiervan bestaan er thans nog slechts 68. Door die invoering zelve en de daaruit voortspruitende gedwongen publicatie bleek onmiddellijk, dat van de toen bestaande Maatschappijen er 13 insolvent waren. Men houde in het oog, dat dit geene zwakke Maatschappijen waren, die wellicht nog gered konden worden, doch ondernemingen, onherroepelijk insolvent en ten doode opgeschreven! Elke nieuwe verzekerde zou hier onvermijdelijk een nieuw slachtojjer geweest zijn. De liquidatie dezer Maatschappijen was dus niet overijld en ondoordacht, doch in het belang van het publiek volstrekt noodzakelijk. Er waren ook andere Maatschappijen, die zwak stonden, en die, zoo het Staatstoezicht ingevoerd ware, aanstonds gesignaleerd en te gronde gegaan zouden zijn. Thans echter liet men haar de gelegenheid tot reorganisatie. Van deze ondernemingen, 9 in getal, droegen er 6 haar portefeuille aan andere Maatschappijen over, zonder dat de verzekerden een penny schade leden, en 3 harer ondergingen, met toestemming der verzekerden, een volledige reorganisatie.

Sinds het invoeren der Wet van 1870 werden 22 nieuwe Maatschappijen in Engeland opgericht. Hiervan werden er 5 door andere Maatschappijen overgenomen en slechts 2 ervan failleerden. Deze behoorden echter tot de zeer kleine ondernemingen, met een vermogen van enkele duizenden.

De soliditeit der Engelsche Maatschappijen behoeft in het algemeen zóó weinig betwijfeld te worden, dat een blad als „the Economist" onlangs als vanzelf sprekende aannam, dat de soliditeit van al die Maatschappijen even groot is.

En wat nu den invloed der Engelsche Wet op de finantieel krachtige Maatschappijen aangaat, deze is niet minder gunstig dan die, welken zij op de zwakker staande heeft geoefend. Sinds 1870 hebben de Engelsche Maatschappijen er onafgebroken naar gestreefd, haar positie in dien zin te verbeteren, dat de verhouding tusschen hare verplichtingen en hare bezittingen gunstiger werd. Niet alleen, dat zij de reserve versterkten meer dan strikt noodzakelijk was, maar er werden ook belangrijke extrareserven gevormd, om tegen buitengewoon kwade kansen gedekt te zijn. En dat, hoewel zonder eenigen twijfel, door de meerdere toepassing van de regels der hygiëne, de algemeene sterfte in de laatste jaren verminderde. Bij dat al werd tevens gestreefd naar een beperking der uitgaven, omdat men terecht inzag, dat daardoor de toestand-van elke Maatschappij verbeteren moet en hare resultaten belangrijker worden

Sluiten