Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

''aatsmonopolie.

Rusland en de vele andere rampen, die de oorlog ons gebracht heeft. Ongetwijfeld is de toestand van zéér vele Maatschappijen zwakker geworden.

Men houde echter in het oog, dat dit in de meeste gevallen niets uitstaande heeft met wanbeheer, dat door wettelijke regeling voorkómen had kunnen worden. Het is een gevolg van de economische verwoestingen, door den oorlog aangericht. En dezelfde staten, die door hun vaderlijk toezicht den verzekerden waarborgen beweerden te .geven, hebben die waarborgen verminderd en zelfs vernietigd, doordat zij zich hals-overkop in den vreeslijksten aller oorlogen gestort hebben, terwijl zij gedurende dien oorlog dikwijls bedenkelijke pressie uitoefenden, voornamelijk op het punt der beleggingen.

Het is m'et te verwonderen, dat in den tegenwoordigen tijd de vraag herhaaldelijk wordt aangeroerd, of het levensverzekering-bedrijf niet aan den Staat gebracht behoort te worden. Zooals bekend is, heeft in ons land enkele jaren geleden Minister Treub, op fiskale gronden en met het uitgesproken doel de Staatsfinantiën te versterken, de vraag van het Staatsmonopolie op het gebied der Levensverzekering aan de orde gesteld. De Commissie van deskundigen, door hem benoemd, toonde in haar rapport aan, dat 's Ministers verwachtingen omtrent de winst, uit het bedrijf voortvloeiende, zéér overdreven waren geweest en dat — zooals elders in dit werk reeds betoogd — die winst in de latere jaren inderdaad miniem genoemd moet werden.

Eene Commissie voor de Vrijheid van het Bedrijf, door de Vereeniging voor Levensverzekering benoemd, had zich intusschen beijverd de gronden, die tegen Staatsmonopolie pleiten, meer algemeen bekend te maken.

Het zou mij te ver voeren, hier een volledige uiteenzetting van die gronden te geven; ik moet volstaan met ze in korte woorden aan te duiden. In weinig bedrijven spelen het handelsbeleid, de noodzakelijkheid zich snel aan te passen aan veranderde toestanden, de persoonlijke, onvermoeide propaganda een zoo groote rol als in dat der Levensverzekering. Dat bedrijf is in hooge mate gevoelig voor ruw en ondoordacht ingrijpen; soepelheid bij de leiding is een eerste vereischte. De ambtenaar, die naar vaste instructies werken moet, is voor die leiding — hoe bekwaam hij ook zijn moge — niet geschikt en de Staatsmachine mist de noodige soepelheid, die snel doet handelen en op het goede oogenblik. Ook geven de groote sommen, die, als reserve, in handen van den Staat zouden komen, gelegenheid die te besteden voor wat die Staat, zij het

Sluiten