Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE HOOFDSTUK.

Rechtskundige Vragen.

Het staat in de oogen van velen onomstootelijk vast, dat advocaten de gave bezitten, uit woorden, die voor een gewoon mensch maar één beteekenis hebben, zaken af te leiden, die niemand daarin tot dusverre gelezen heeft: wanneer de een met vuur verdedigt, dat er „wit" staat, zou de ander even hardnekkig volhouden, dat men er slechts „zwart" uit lezen kan! Waar het soms wat ondeugende publiek zoo spreekt (zelfs daar, waar de kwestieuse woorden duidelijk genoeg schijnen), daar zal het niemand verwonderen, dat het verschil in meening onder de rechtsgeleerden nog een veel grooteren omvang aanneemt, zoodra de woorden van de Wet niet geheel duidelijk zijn. En wanneer men dan weet, dat onze Nederlandsche Wetgever ons in de derde Afdeeling van den tienden Titel (le Boek, Wetb. van Koophandel), handelende over Levensverzekering, een soort van „puzzle" geschonken heeft, die langen tijd door niemand werd opgelost, en die daar, waar men haar meende te begrijpen, zooveel zonderlings bevat, dat men er niet aan denken kan, het in practijk te brengen, wanneer men dat weet, dan begrijpt men tevens, hoe uitéénloopend de meeningen der rechtsgeleerden op dit punt zijn moeten, ja, hoe er bijna op geen enkel punt eenstemmigheid onder hen heerscht!

Slechts in één opzicht was tot dusverre hun oordeel vrij wel hetzelfde, en wel hierover, dat de tiende Titel, derde Afdeeling, le Boek, W.v.K. een model voor alle Wetgevers is, hoe men geene Wetten moet maken, en dat een rechtsgeleerde zijn tijd beter gebruiken kan dan met het oplossen van lastige raadseltjes, die een speelsche Wetgever hem heeft opgegeven, en waarvan de oplossing tot geen enkel practisch resultaat zou kunnen leiden.

Sluiten