Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook schryver dezes behoorde langen tijd tot hen, die aldus oordeelden. Sedert echter heeft hij zijn oordeel gewijzigd en ingezien, dat de den Wetgever toegevoegde verwijten ongegrond zijn. In het licht van. zijn tijd bezien, heeft deze volkomen logisch en zelfs zeer goed werk geleverd. De fout ligt bij de beoordeelaars, die den sleutel hebben doen verloren gaan, waarmede men tot de werkelijke bedoeling van den Wetgever dóórdringen kan.

Die sleutel is eenvoudig deze: de Wetgever kende en regelde alleen de verzekering ten eigen hehoeve op het leven van een ander. De tegenwoordig normale vorm — verzekering op het eigen leven ten behoeve van een ander — liet hij ongeregeld. Gelijk bij schade-verzekering „de verzekerde" zijn huis ten eigen behoeve verzekert, zoo verzekert — naar de opvatting van den Wetgever — „de verzekerde" de persoon, bij wiens leven hij belang heeft, ten eigen behoeve!

Historische gronden, het vocabulair en de zinsbouw der Wet, de geheele inhoud van onze Afdeeling bevestigen deze opvatting. En wanneer men van dezen sleutel gebruik maakt, zal men er verbaasd over staan, hoe plotseling de schijnbaar onontwarbare „puzzle" is opgelost!1)

De genoemde Addeeling is door de practijk dood verklaard, en er zijn, buiten haar om, zekere regelen en gebruiken door gewoonte vastgesteld, waaraan zelfs de rechtsspraak bij verschillende gelegenheden kracht van Wet heeft toegekend. Een verontschuldiging voor dit dood-verklaren behoeft niet aangevoerd te werden, nu wij weten, dat de overeenkomst van levensverzekering, in den tegenwoordig gebruikelijken vorm, feitelijk niet geregeld is.

Ook ik zal over den tienden Titel, derde Afdeeling, le Boek, W. v. K. verder zwijgen.2) Onafhankelijk daarvan zal ik in dit Hoofdstuk handelen over eenige der voornaamste rechtsvragen, die zich in de practijk op het gebied der Levensverzekering voordoen. Mijn bestek laat mij niet toe, daarbij voortdurend de verschillende meeningen der rechtsgeleerden tegenover elkander te stellen; ik zal dus hoofzakelijk mijne eigene inzichten moeten mededeelen, zonder er aanspraak op te willen maken, dat zij de eenig juiste zijn. Maar wilde ik ieders meening recht doen weder-

x) Het is mij niet bekend, dat de hier gegeven oplossing ooit door anderen gegeven werd. Zij is echter zóó afdoende, dat er m.i. geen twijfel bestaan kan, of zij is de ware. Haar uitvoerige behandeling zou mij — althans in dit werk — te ver voeren.

2) Een Ontwerp tot wijziging dezer afdeeling heb ik geleverd in: „De overeenkomst „van levensverzekering in onze Handelswetgeving", Utrecht, Gebr. Van der Post, 1899.

Sluiten