Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzekering behandelde, vermeldde ik reeds, dat er een tijd geweest is, waarin het sluiten van verzekeringen op het leven van personen, die men in het geheel niet kende, een soort van mode-artikel was1). Daartoe werden dan meestal bekende personen uitverkoren, Staatslieden, legerhoofden, geleerden, enz., en zoo werden er geheele kringen van menschen gevormd, die, hoewel zij niet het minste belang hadden bij het leven van zulk een verzekerde, zich eenvoudig een geldelijk belang bij diens dood schiepen. Het kon niet anders, of dit moest aanleiding geven tot misbruiken, die men slechts meende te kunnen voorkómen, door aan den eisch van het geldelijk belang streng vast te houden. Daardoor verkreeg dan de verzekerde-som inderdaad het karakter van een schadevergoeding, en werd het contract inderdaad tot een verze£m'wgs-overeenkomst gestempeld. De practijk heeft echter geleerd, dat het vasthouden aan dien eisch tot groote ongerijmdheden leidt, die onmogelijk in de bedoeling kunnen liggen, noch van den Wetgever, noch van het publiek. Ziehier eenige voorbeelden daarvan.

Iemand heeft een verzekering op zijn leven gesloten ten behoeve van zijn vrouw. Na eenigen tijd treft hem een ongeluk, dat hem levenslang ongeschikt tot den arbeid maakt. Hij houdt daardoor op, broodwinner van zijn gezin te zijn, ja moet zelf door den arbeid zijner vrouw onderhouden worden. Die vrouw, de begunstigde der polis, heeft dus thans niet alleen geen geldelijk belang bij zijn leven, maar heeft zelfs geldelijk voordeel bij zijn dood. Wanneer zij door vlijtigen arbeid echter zóóveel verdient, dat zij haren man het geld verschaffen kan om te blijven betalen, dan zou ik wel eens willen weten, welke Maatschappij bij diens overlijden zou weigeren, de verzekerde som uit te betalen, op grond van de omstandigheid, dat de man niet meer werken kon en de vrouw dus geen geldelijk belang had bij zijn leven en geen geldelijke schade leed door zijn dood. Toch zou die weigering mogelijk zijn, indien men streng vasthield aan het denkbeeld van schadeloosstelling, d.i. aan het denkbeeld van Verzekering.

Het is evenzeer denkbaar, dat een jonge man, die nog ongehuwd is, en bij wiens leven nog niemand eenig geldelijk belang heeft, door spaarzaamheid en zuinigheid het geld voor de premie eener levensverzekering weet af te zonderen, daarbij in het oog houdende, dat hij

') Zie blz. 13 en 14.

Sluiten