Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wellicht eens trouwen zal, en thans minder premie behoeft te betalen dan later, wanneer hij ouder is. Wanneer die jonge man plotseling kwam te overlijden, en zijne erfgenamen de verzekerde som opeischten, zou er dan één rechter gevonden worden, die de verzekering nietig verklaarde, op grond van de omstandigheid, dat niemand geldelijk belang bij het leven van den verzekerde had, of geldelijke schade door diens dood ondervond? Ik geloof het niet, en het zou ook in hooge mate afkeuring verdienen, door zulk een beslissing de spaarzaamheid bij jonge lieden tegen te gaan in plaats van aan te moedigen.

Toch zou de Rechter in beide hier genoemde gevallen de nietigheid der verzekering moeten uitspreken, indien het geldelijk belang een vereischte voor de bestaanbaarheid der verzekering ware. Juist daarin ligt het zwaartepunt der kwestie. Gewoonlijk zal de persoon, ten wiens behoeve de verzekering gesloten is, wel zulk een geldelijk belang bij het leven van den verzekerde hebben: men denke slechts aan den man, die zich ten behoeve van zijn vrouw, aan den vader, die zich ten behoeve van zijne kinderen verzekert. Dat geldelijke belang en de daaruit voortvloeiende schade bij den dood zullen zelfs in verreweg de meeste gevallen de oorzaken zijn, die tot het sluiten eener verzekering aanleiding geven, ja, indien zij ontbreken, zal een Maatschappij niet zelden de aanvrage ter verzekering alleen daarom afwijzen. Maar zij zijn niet onmisbaar voor de bestaanbaarheid der overeenkomst. Doel daarvan toch is het onderhoud van de achtergeblevenen, onafhankelijk van de mate van welstand, die zij tijdens het leven des verzekerden genoten, en van de geldelijke omstandigheden van dien verzekerde.

Zoodra echter de bestaanbaarheid der levensverzekerings-overeenkomst zonder dat geldelijk belang erkend wordt — en dit zullen slechts enkelen nog ontkennen —, houdt Levensverzekering op Verzekering te zijn.

In het loslaten van den eisch, dat de begunstigde geldelijk belang hebbe bij het leven van den verzekerde, hebben velen iets zeer bedenkelijks gezien, ja zien enkelen dat nóg. Zij meenen, dat men tenminste moet blijven vasthouden aan den eisch van een „intérêt d'ajfection", d.w.z.-van een belang, dat bestaat uithoofde van de natuurlijke genegenheid van den begunstigde voor den verzekerde, b.v. van vrouw 'voor man, van kind voor vader, enz. Die natuurlijke genegenheid zou dan strekken tot tegenwicht voor het geldelijk belang bij den dood van den persoon, wien men haar toedraagt; en op die wijze zou

„Intórut d'affection".

Sluiten