Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toestemming "an den verzekerd e tot het sluiten van verzekeJugen door derden opzijn hoofd.

Levensverzeke?nR geen spel of Weddenschap.

Jerschil in juridisch opzicht.

het niet kunnen voorkomen, dat iemand belang kreeg bij den dood van een wild-vreemde. Toch bleek ook deze eisch onhoudbaar: hoe toch zou het ooit uit te maken zijn, of dat „intérêt d'affection", die genegenheid, werkelijk bestond, en hoe zou men dat belang bij het leven van den verzekerde ooit kunnen beschouwen als iets, dat door de uitkeering van een som gelds vergoed kan worden!?

Een voldoend middel om misbruiken te voorkómen is gelegen in den eenvoudigen eisch, dat de verzekerde zijn toestemming tot de verzekering geve, zoodra een ander een levensverzekering op zijn hoofd wenscht af te sluiten. Op die wijze wordt elke speculatie op het overlijden van wild-vreemde personen vermeden; niemand toch kan geacht worden, erin te zullen toestemmen, dat een hem onbekend of onverschillig persoon hem verzekere, en zich aldus bij zijn dood een geldelijk belang scheppe. Ziedaar dus een waarborg tegen misbruik, die in het leven geroepen kan worden, zonder aan het rechtskarakter van het contract van levensverzekering geweld aan te doen, en die daarom te verkiezen is boven eiken anderen.

II.

Behalve verzekering, lijfrente en bodemerij (welke laatsten hier geheel buiten beschouwing blijven kunnen) kent onze Wet, als kansovereenkomsten, nog de overeenkomsten van spel en weddenschap, doch staat ter zake van schulden, uit deze overeenkomsten voortgesproten, geene rechtsvordering toe (Art. 1825 B.W.).

Waar zooeven aangetoond werd, dat levensverzekering geene overeenkomst van verzekering is, zal thans worden in het licht gesteld, dat zij evenmin onder spel of weddenschap gerangschikt kan worden. Ook thans zullen wij uitgaan van eene definitie dier andere overeenkomst en daarin het element aanwijzen, dat in de overeenkomst van levensverzekering ontbreekt.

Onze Wet geeft geene definitie van spel. Wij kiezen daarom die, welke door een bekend jurist, Mr. Goudsmit, gegeven is en die deze overeenkomst kenschetst als eene zoodanige, „waarbij over winst en „verlies de onzekere uitkomst eener handeling der partijen beslist, „tot het uitlokken dier beslissing opzettelijk verricht". Het onderscheid met de overeenkomst van levensverzekering springt hier dadelijk in het oog: daarbij is geen sprake van eene handeling der partijen,

Sluiten