Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de gestelde eiscnen voicioet. voigt cius geneesKuncug onaerzoeK, enz. Zoo de Maatschappij, nadat haar het resultaat daarvan bekend is, haar offerte handhaaft, is daardoor de overeenkomst tot stand gekomen, want dan eerst is van beide zijden de onvoorwaardelijke toestemming gegeven. Die handhaving blijkt meestal uit de omstandigheid, dat de Directie der Maatschappij de door haar geteekende polis ter beschikking van den aanvrager stelt. Het is echter denkbaar, dat de Directie, nog vóórdat zij dit doet, den aanvrager per brief ervan in kennis stelt, dat zijn verzekering is aangenomen. Uit dien brief blijkt dan, dat de offerte gehandhaafd blijft, dat dus van beide zijden de toestemming aanwezig, en dientengevolge de overeenkomst tot stand gekomen is. Zoo de Maatschappij later weigeren mocht de polis af te geven, zou men haar, naar mijn inzien, in rechten kunnen aanspreken tot nakoming der uit de verzekering voor haar voortspruitende verplichtingen. Zoo, omgekeerd, na het onderteekenen der polis de verzekerde weigerde die in ontvangst te nemen, zou men hem in rechten om vergoeding van schade en interessen kunnen aanspreken. In de practijk doet zich dat geval wel eens een enkele maal voor, en de Maatschappij heeft dan dus het volste recht, alle gemaakte kosten voor geneeskundig onderzoek, zegel, polis, enz. terug te eischen.

Hoewel dus de overeenkomst door het ter beschikking stellen van de polis, die ook feitelijk niets anders is dan het bewijs van het bestaan der verzekering, is tot stand gekomen, hebben bijna alle Maatschappijen in hare voorwaarden een bepaling opgenomen, volgens welke het risico voor de Maatschappij eerst aanvangt door de betaling der eerste premie. Dit neemt niet weg dat de verzekering reeds vroeger was tot stand gekomen; zij treedt echter eerst in werking, wanneer de eerste premie betaald is.

Hoewel dit eenigszins ingewikkeld schijnt, is het toch zeer gemakkelijk te begrijpen. Wanneer A en B een contract gesloten hebben, waarbij A zich verplicht, aan B j 100 uit te betalen, onder voorwaarde, dat B hem een bepaalden dienst bewijst, dan bestaat dat contract van het oogenblik af, waarop beiden het eens geworden zijn, maar 't kan eerst dan eenig effect hebben, wanneer B den bedoelden dienst bewezen heeft; doet hij dat niet, dan krijgt hij ook nimmer zijn / 100. Juist zoo is het met het contract van levensverzekering. De Maatschappij toch verplicht zich daarbij, bij het overlijden van den verzekerde een zekere som te zullen betalen, onder voorwaarde, dat er

17

Sluiten