Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fecht op de reserve en recht T»n afkoop.

Men ziet hieruit tevens, dat de opvatting, als zoude de reserve, die door de Maatschappij uit de ontvangen premiën gevormd wordt, het eigendom van de gezamenlijke verzekerden blijven, geheel onjuist is. Een Levensverzekering-Maatschappij is geen Spaarbank, van welke men elk oogenblik gestorte gelden terugeischen^kan. Zoodra de premie betaald wordt, gaat deze van den eigendom van den contractant in dien van de Maatschappij over; juist die overgang is een onontbeerlijke conditie, wil niet de Maatschappij van haar verplichting bevrijd worden. Maar dan verliest ook de contractant elk recht daarop, zoowel op het geheel der betaalde premiën als op het gereserveerde gedeelte daarvan. Dat er een deel gereserveerd wordt, is uitsluitend en alleen een administratieve maatregel. Het is volstrekt geen bizondere wijze van sparen door den contractant: het is een kapitaalvorming door de Maatschappij uit de premiën, met het oog op hare toekomstige verplichtingen.

Uit dit een en ander volgt, dat naar de regelen van het strenge Recht, de contractant de bevoegdheid mist, 'ook^maar iets van de eenmaal gestorte premiën terug te verlangen (zelfs niet van het gereserveerde gedeelte), zoo de premie-betaling gestaakt wordt. Immers daardoor blijft de voorwaarde, onder welke alléén de Maatschappij tot uitbetalen verplicht was, onvervuld en er bestaat geen enkele rechtsgrond, die haar dwingt een deel der in haar eigendom overgegane premiën te restitueeren.

Maar reeds de Romeinen zeiden: „Summum jus, summa injuria", d.i.: „Het strengste, het hoogste Recht is dikwijls het hoogste onrecht". Zoo ergens, dan is deze spreuk hier van toepassing. \Vanneer een werkzaam huisvader jaren lang met moeite zijn premie uit zijn inkomen heeft afgezonderd, en hem treft een ongeluk, waardoor hij niet meer in staat is te werken, en dus zijn premie verder te voldoen; wanneer een ander, die misschien reeds duizenden aan premiën betaald heeft, door onverwachte geldelijke verliezen in de onmoglijkheid komt, zijn aanzienlijke premie jaarlijks te blijven afzonderen, en noode zijn verzekering moet laten loopen —, dan zou het meer dan hardvochtig zijn, al de reeds betaalde gelden eenvoudig verbeurd te verklaren, en de verzekerden in een toestand te brengen, alsof zij nooit iets gespaard of overlegd hadden. In vroeger tijd was deze bron van inkomsten voor de Maatschappijen nochtans zeer gewild; doch langzamerhand is men het immoreele daarvan gaan inzien. Tegenwoordig wordt er geen con-

17*

Sluiten