Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vorm, waarin de verzekeringnemer van zijn recht van in-deplaats-stelling gebruik maakt, is een eenvoudige aanteekening op de rugzijde van de polis, inhoudende dat het recht op de verzekerde som op den Heer N.N. wordt overgedragen. Het gewoonterecht heeft dat zoo ingevoerd, en zeker wel omdat die verklaring op de rugzijde, in dorso, geplaatst wordt, spreekt men daarbij van een endossement.

Toch moet, zooals ik reeds zeide, een streng onderscheid gemaakt worden tusschen in-de-plaats-stelling en endossement. In-de-plaals-stelling is het recht van den verzekeringnemer, tejf allen tijde, in de plaats van den op dat oogenblik begunstigde, een ander als zoodanig aan te wijzen; endossement daarentegen is de bevoegdheid van den begunstigde, zijn recht op het hemzelven in de toekomst uit te betalen kapitaal aan een ander over te dragen. Het zijn dus twee geheel verschillende rechten, en het is merkwaardig, dat vele Levensverzekering-Maatschappijen die voortdurend blijven verwarren. Dikwijls toch wordt in de voorwaarden van verzekering van de Maatschappijen eenvoudig gezegd: „De contractant heeft het recht, de polis te endosseeren, en de „geëndosseerde is op zijn beurt bevoegd, haar verder te endosseeren". Wilde men correct zijn, dan moest men dit aldus uitdrukken: „De „verzekeringnemer heeft het recht, een anderen begunstigde aan te „wijzen; de begunstigde, die de polis in handen heeft, kan onder zekere „voorwaarden zijn recht op de eenmaal uit te betalen som op een ander „overdragen."

Met opzet schreef ik: de begunstigde, die de polis in handen heeft, want dit brengt mij op het eenige geval, waarin de contractant het recht van in-de-plaats-stelling verliest, waarin hij dus geen anderen begunstigde meer aanwijzen kan en de op dat oogenblik begunstigde een onherroepelijk recht op de toekomstige uitkeering verkrijgt. Dit is namelijk, althans volgens ons Nederlandsch Recht, het geval, zoodra de begunstigde het hem in de toekomst verzekerde voordeel uitdrukkelijk heeft aangenomen, hetgeen in de meeste gevallen blijken zal uit de omstandigheid, dat hij de polis onder zijn berusting heeft. De verzekeringnemer is dan reeds in de physieke onmogelijkheid, van zijn recht van in-de-plaats-stelling gebruik te maken: hoe toch wil hij daarvan op de rugzijde der polis doen blijken, wanneer hij die polis niet in zijn bezit heeft?

Ik zal den lezer niet vermoeien, met breedvoerig uiteen te zetten, waarom het aannemen van het recht op het toekomstige voordeel dat

In - de - plaatsstelling tegenover endossement.

De begunstigd* noemt het recl» opdetookomstitf0

uitkeering uitdrukkelijk aan-

Sluiten