Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgekeerd wordt, geene successierechten verschuldigd zijn.1) In de tweede plaats echter — en hierop komt het thans voornamelijk aan —, dat de onbevredigde crediteuren van den overleden verzekerde niet het minste recht hebben, van den begunstigde te eischen, dat hij te hunnen behoeve afstand doe van het verzekerde kapitaal: den overledene behoorde die som nimmer toe, kon zij zelfs, ook in de toekomst, nimmer toebehooren, en het gaat niet aan, dat crediteuren hun vordering verhalen op iets, waarop hun debiteur niet het minste recht had.

Tegenover de schuldeischers wordt, door het recht van den begunstigde onaantastbaar te verklaren, niet een zóó ongemotiveerde onbillijkheid begaan als velen beweren. Men heeft de keuze óf om den begunstigde óf om den schuldeischer de verzekerde som (of een deel daarvan) te onthouden. Nu moet men, ook naar de regelen der billijkheid, m.i. in dit geval de kwestie ten, nadeele van de schuldeischers beslissen, omdat de begunstigde, die meestal door huwelijk of banden van bloedverwantschap of vriendschap met den verzekerde verbonden is geweest, in geen geval alle recht verliezen mag op wat deze hem, ten koste van wellicht jaren langen arbeid, door zijne spaarpenningen verzekerde, terwijl die begunstigde misschien van de uitbetaling der verzekerde som voor zijn toekomstig levensonderhoud afhankelijk is. Geheel iets anders is het, wanneer de verzekering gesloten is ter bedrieglijke inkorting van de rechten van crediteuren. In dat geval zou het aanbeveling verdienen, dergelijke bepalingen in het leven te roepen als omtrent de nietigheid van schenkingen, die kort vóór een faillissement hebben plaats gehad. Zoo het bedrieglijke oogmerk ten opzichte van crediteuren bij het sluiten der verzekering bewezen wordt, zal men de onaantastbaarheid van het recht van den begunstigde niet kunnen handhaven.2) In elk ander geval echter zou die niet-handhaving een onrecht zijn, dat de geheele strekking van het levensverzekeringscontract zou kunnen verijdelen.

De rechterlijke uitspraken in bijna alle landen huldigen dan ook de door mij verdedigde opvatting. Vooral juristen, die dóór en dóór

x) Tegenwoordig zijn ten onzent successie-rechten wèl verschuldigd, omdat inderdaad sinds eenige jaren zulk een uitdrukkelijke wetsbepaling bestaat.

2) Zulk een geval zou het b.v. zijn kunnen, indien de in staat van faillissement overleden verzekerde, zijn verzekering enkele dagen vóór zijn failleeren, tegen een aanzienlijke premie in ééns, had afgesloten.

Sluiten