Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gunstigde (als zoodanig) op de verzekerde som, en dat dit laatste recht zeer wel bestaanbaar is, zonder dat het eerste behoeft te worden opgeofferd; want dat recht op de verzekerde som is iets anders dan het recht op inbreng der reeds betaalde premiën. De onaantastbaarheid van het recht op de verzekerde som en de onaantastbaarheid der legitieme portie zijn dus nevens elkander bestaanbaar.1)

Er zijn nóg andere personen, die het recht van den begunstigde op de verzekerde som in enkele gevallen betwist hebben. Neem aan, een echtpaar is in gemeenschap van goederen getrouwd en de man sterft zonder testament. Volgens ons vaderlandsche Recht heeft de vrouw dan op geen cent van zijn nalatenschap recht, doch alleen op haar helft in de huwelijksgemeenschap, zoodat de erfgenamen van den man opkomen voor de helft van het gemeenschappelijk vermogen van man en vrouw. Daar hooren zij, dat de man ten behoeve van zijne vrouw verzekerd was, en dat deze de begunstigde is van een polis van ƒ 50.000. Fluks doen zij hun eisch gelden, ook daarvan de helft, / 25.000, te ontvangen !

Hoewel hun ook thans bijna algemeen die eisch ontzegd wordt, ware het wellicht wenschelijk hun dit vermeende recht uitdrukkelijk te ontnemen, omdat men tot op zekere hoogte hier in strijd komt met de leer, dat de begunstigde, zoodra de verzekering tot stand is gekomen, een bepaald, zij het ook nog sluimerend, recht verkrijgt op de toekomstige uitkeering. Immers de begunstigde vrouw, die in gemeenschap van goederen gehuwd is, zou dat recht dan van haar zijde in de gemeenschap brengen. En daarop zouden zij, die recht op de helft van het gezamenlijk vermogen hebben, met eenigen schijn van recht hun aanspraak op de helft der verzekerde som kunnen gronden. Dat die aanspraak niettemin niet erkend behoort te worden, vindt zijn oorzaak in de twee volgende omstandigheden:

1°. Hoewel, reeds tijdens het bestaan der gemeenschap, het recht op de verzekerde som in sluimerenden toestand bestond, kan dit recht eerst na den dood van den man, d.w.z. eerst na de ontbinding der gemeenschap, worden uitgeoefend. De vruchten, die uit de uitoefening van dat recht voortvloeien, vallen dus naar billijkheid niet'm de gemeenschap.

Tegenover 6Ï rechtigden uit>''

huwelijks-gemeenschap.

Ov, de h van

x) In Engeland bestaan speciale voorschriften ter bescherming van de rechten van vrouw en kinderen van den verzekerde tegenover zijne crediteuren, ook gedurende het bestaan der verzekering.

Sluiten