Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^'«dracht van

vï^^Bhold "n Te«ek6raar.

2°. Het kan nimmer in de bedoeling van den Wetgever, laat staan van den verzekeringnemer zeiven, liggen, om, wanneer deze laatste ten behoeve zijner vrouw een verzekering sluit, daardoor tevens zijne erfgenamen te bevoordeelen. Het motief voor het sluiten eener verzekering zou inderdaad door de erkenning van een recht op de helft der verzekerde som ten behoeve van hen, die aanspraak maken op de helft der gemeenschap, voor een deel ophouden te bestaan: steeds zou men de zekerheid missen, dat het aan de vrouw verzekerde voordeel haar werkelijk onverminderd ten goede kwam.1)

Evenmin kunnen de erfgenamen van den man eischen, dat de helft der betaalde premiën hun worde uitgekeerd, al zijn deze ook werkelijk uit de gemeenschap gevloeid. Immers zij hebben slechts recht op de helft van wat op het oogenblik van den dood van den verzekerde in diens boedel was; en daartoe behooren niet de reeds daaruit betaalde premiën! Er is ook nergens een Wetsbepaling te vinden, die erop wijzen zou, dat een deel van het eenmaal uitgegevene hier weer in den boedel zou moeten worden teruggebracht.

Zoowel tegenover schuldeischers, als tegenover legitimarissen en gerechtigden uit de huwelijksgemeenschap is dus het recht van den begunstigde onaantastbaar. Zonder eenige vrees voor namaning van andere zijde kunnen derhalve de Maatschappijen het verzekerde bedrag uitbetalen aan de persoon, die op het oogenblik van het overlijden des verzekerden de kwaliteit van begunstigde bezit. Een andere opvatting zou de uitoefening van ons bedrijf bemoeielijken, soms onmogelijk maken!

VI.

Wij hebben reeds gezien, dat zoowel de hoedanigheid van verzekeringnemer als die van begunstigde op een ander kan worden overgedragen. Hetzelfde kan geschieden met de hoedanigheid van verzekeraar, doch alleen met medewerking en goedvinden van den verzekeringnemer. Dit is niet meer dan natuurlijk, omdat de laatste, nadat hij met A eene overeenkomst afsloot, niet tegen zijn wil gedwongen kan worden, diezelfde overeenkomst met B voort te zetten.

Wanneer wij nagaan, waarop het bovenstaande in de practijk neer-

Nog meer valt dit in het oog, wanneer de verzekering ten behoeve van de vrouw gesloten werd, juist ter vergoeding voor de omstandigheid, dat zij geen erfgename zijn zal.

18*

Sluiten