Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat bij voorkeur toekomstige zelfmoordenaars aanvragen indienen, dient de bepaling, dat, binnen een zekeren termijn na het afsluiten der verzekering ingeval van zelfmoord niet zal worden uitbetaald. Én die termijnbepaling èn het geneeskundig onderzoek zijn een correctief voor anders onvermijdelijke ongunstige afwijkingen van de sterftetafels. Wanneer dat correctief eenmaal is aangebracht, mag men niet aarzelen, den verzekeraar de volle op zich genomen verplichting te doen vervullen. Zoo een verzekerde, niettegenstaande hij blijkbaar bij het sluiten van den post gezond was, zeer spoedig sterft, de Maatschappij is tot uitbetalen gehouden. En wanneer een andere verzekerde, niettegenstaande hij blijkbaar bij het sluiten der verzekering niet aan zelfmoord dacht (omdat b.v. 3 jaren verloopen zijn, zonder dat van zulk een voornemen iets gebleken is!), wanneer een andere verzekerde desniettegenstaande later tóch zelfmoord pleegt, bestaat er evenmin reden, de Maatschappij van haar verplichting ontslagen te achten of voor haar soliditeit te vreezen, wanneer zij die verplichting nakomt. Beide gevallen zijn volkomen analoog; in beide gevallen is weigering om uit te betalen een onbillijke bevoordeeling van de Maatschappij ten koste van den begunstigde, en dus een onbillijkheid, die ook door een afkeurenswaardige daad van den verzekerde niet voldoende gerechtvaardigd wordt.

Op één misvatting, die soms voorkomt, wensch ik nog even de aandacht te vestigen. „Zelfmoord plegen" is iets anders dan het opzettelijk verrichten van een handeling, die den dood ten gevolge heeft. Of, juister uitgedrukt: zulk een handeling kan zelfmoord zijn, maar zij kan het ook niet zijn. Wanneer iemand opzettelijk een vergiftige spijs" gebruikt, zonder te weten, dat zij vergiftigd is; wanneer een ander, meenende dat zijn pistool niet geladen is, dat „uit aardigheid" tegen de slaap zet en afdrukt, zoodat hij zich door het wèl geladen wapen het leven beneemt, dan begaat geen van beiden zelfmoord, hoewel zij zich door een vrijwillige handeling den dood berokkenen. Maar het opzet was hierbij niet gericht op het veroorzaken van den dood, doch alleen op het verrichten van de handeling, van welke intusschen niet vermoed werd, dat zij den dood ten gevolge zou hebben. In zulk een geval kan dus de zelfmoord-kwestie bij de uitbetaling geheel achterwege blijven, omdat er van geen zelfmoord sprake zijn kan (zelfs niet van onvrijwilligen zelfmoord), doch alleen van een door onvoorzichtigheid of onwetendheid dooden van zichzelven.

Ov ; 8evc "ded «tral 'lick

Gevallen va|1 eigen-doodslag door onvoorziol>' tigheid.

Sluiten