Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn Nederlandsche Maatschappijen, die in het buitenland werken, en deze komen vaak in aanraking met volken, waar niet alleen de doodstraf nog bestaat, maar waar bovendien een „man van eer" het noodig vindt met een ander „man van eer" te duelleeren, zoodra hij van dezen een blik of een handbeweging in het nadeel van zijn overgevoelige eer meent te kunnen uitleggen. Voor die Maatschappijen heeft de duelkwestie eenig practisch belang.

Getrouw aan het principe, dat het door eigen schuld omkomen van den verzekerde geen aanleiding geven mag tot het straffen van den begunstigde, door dezen de verzekerde som te onthouden,* meen ik, dat ook in dit geval de verantwoordelijkheid van den verzekeraar niet mag ontkend worden. Onze Regeering, die tot dezelfde conclusie kwam, rechtvaardigde deze aldus: „Bij tweegevechten, welke wel middellijk „den dood kunnen tengevolge hebben, doch geen voornemen kenschetsen om zich van het leven te berooven, vloeit dus de dood niet voort „uit de onmiddellijke daad van den verzekerde." Voorwaar, een zwak argument, waar de verzekerde zich toch willens en wetens aan het gevaar van den dood blootstelt! Zoo men echter de verantwoordelijkheid van den verzekeraar erkent, ook zoo de dood uit de onmiddeijke daad van den verzekerde voortvloeit, zal men dat dubieuse argument gerust kunnen missen.

Het spreekt alweer vanzelf, dat, wanneer iemand zijn verzekering sluit, wetende dat hij binnen kort duelleeren moet, de verzekering nietig verklaard kan worden, op grond van het bestaan van kwade trouw zijnerzijds.

In den ouden tijd, waarvan ik zooeven reeds sprak verviel een verzekering zonder meer, wanneer de verzekerde de een of andere reis ondernam, die naar het oordeel van den verzekeraar het risico verhoogde. Deze draconische bepaling werd echter in den loop der jaren meer en meer verzacht. Sommige reizen werden toegestaan tegen betaling eener extra-premie, en steeds verder werden de concessiën op het gebied uitgebreid, totdat men weldra in de voorwaarden der Maatschappijen niet meer bepaalde welke reizen geoorloofd, doch alleen welke verboden waren. Meer en meer valt het streven te bespeuren, het gebied van die verboden reizen te beperken; en wellicht is de tijd niet ver, waarop elke reis ondernomen zal kunnen worden, zonder betaling eener extra-premie. Men versta mij wèl: Wanneer iemand in een roeibootje het kanaal oversteekt, of een reis onderneemt naar de binnenlanden van Afrika,

Sluiten