Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baten: zij zal opnieuw moeten uitkeeren en zien, hoe zij zich op B verhaalt. En toch kan ook B geheel onschuldig aan de zaak zijn.

Ook de zaak der Levensverzekering in het algemeen lijdt daardoor schade, want, zonder zich behoorlijk rekenschap te geven van de oorzaak der ondervonden moeielijkheden, is men steeds geneigd, de oorzaak daarvan bij de Maatschappij van Levensverzekering te zoeken en vindt daarin dan aanleiding tot bittere beschuldigingen tegen al wat Levensverzekering heet.

Te voorkómen is dit alles alleen, wanneer de Maatschappijen zich steeds onthouden van het zonder meer afgeven eener duplicaat-polis. In het algemeene van dezen regel ligt dan, in elk speciaal geval, tevens het bewijs, dat niets kwetsends tegen eenig bepaald persoon bedoeld wordt.

Niettemin moet er gezocht worden naar middelen om den bona fide verliezer (d.w.z. den verliezer, die geheel te goeder trouw is) zooveel mogelijk te beschermen tegen nadeelige gevolgen, uit dat verlies voortspruitende. Zooveel mogelijk, want zoo eenig in zijn belang aangeprezen middel een gevaar voor de Levensverzekering-Maatschappij mocht opleveren, moet het alleen op dien grond reeds verworpen worden. Men mag niet vergeten, dat de Maatschappij in elk geval aan bet verlies onschuldig is, en dit in de meeste gevallen aan zorgeloosheid van den verzekerde is toe te schrijven. Zulke middelen zijn de volgende:

1) Het kan voorkomen, dat de oorspronkelijke polis, deerlijk gehavend, b.v. door brand, aan de Maatschappij wordt overgelegd. In dat geval bestaat, ook omdat men hier feitelijk niet voor het verlies der polis staat, geen bezwaar tegen het afgeven van een duplicaat. Toch eische men ook dan de overblijfsels der geheele polis, 't Is al wel eens voorgekomen, dat de helft daarvan, met verkoolde randen, werd overgelegd en dat later op de andere helft, die verbrand heette, een endossement bleek voor te komen.

2) De Maatschappij kan in hare Voorwaarden bepalen, dat zij geen in-de-plaats-stelling of endossement als geldig erkent, tenzij zij het voor gezien geteekend heeft. Toch is men ook dan nog niet geheel gedekt. Want, volgens het oordeel van vele juristen, blijft daarnevens, volgens de Nederlandsche Wet, nog steeds de mogelijkheid bestaan, dat — zonder kennisgeving aan de Maatschappij bij afzonderlijke onderhandsche acte een anderen begunstigde worde aangewezen.

Middelen om 4* bona fide verU' zer te helpen.

Sluiten