Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK.

Concurrentie.

Hare gevolgen voor Maatschappijen en Publiek.

Het is een gevaarlijk terrein, waarop ik mij in dit en het volgende Hoofdstuk waag, gevaarlijk om mijn plicht tot onzijdigheid, tot onpartijdigheid. Daar waar ik misbruiken bestrijd, waar ik déloyauteit ontmasker, mag ik slechts in het algemeen spreken. Elk preciseeren, elk met name noemen van schuldigen, jazelfs elke aanduiding, waaruit men zou kunnen afleiden, wie die schuldigen zijn, dat alles moet ik streng vermijden, wil ik niet ontrouw worden aan mijn principe, dat mij elk ijveren zoo vóór als tegen eenige bepaalde Maatschappij van Levensverzekering verbiedt.

Het moet mij thans reeds van het hart, dat de taak, die ik mij in deze heb opgelegd, overal elders moeilijker te volbrengen zou zijn dan in ons vaderland. Want de Hollandsche levensverzekeraars mogen er met rechtmatigen trots op wijzen, dat het onkruid der unfaire en déloyale concurrentie op hun akker niet zoo welig tiert als in vele vreemde landen, ja dat zelfs van buiten geïmporteerde zaden op den Hollandschen bodem meestentijds niet of gebrekkig ontkiemen. Zij moeten ervoor zorgen, dat dit zoo blijft, ook al moet daartoe de schoffel meedogenloos gebruikt worden. Te ontkennen is het niet, dat in de laatste jaren de toestand op dit gebied ten onzent minder gunstig geworden is dan vroeger. Slechts wanneer allen, die het goede willen, schouder aan schouder gaan, kan het kwade voor goed gekeerd worden.

Sluiten