Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hot begrip „conCUrreeren".

mBr»oheideuheid

I.

Het woord „concurreeren" komt van het Latijnsche concurrere, dat „samenloopen" beteekent, d.w.z.: „samen naar één punt loopen", of: „samen naar één doel streven".

Zoolang de concurrentie aan die beteekenis getrouw blijft, zoolang zij zich bepaalt tot het eerlijk en openlijk streven naar eenzelfde doel, zonder bitterheid vóór de beslissing, en, daarna, zonder leedvermaak van hem, die het bereikte, zonder afgunst van hen, die niet slaagden, zoolang de concurrentie in dien zin opgevat en in practijk gebracht wordt, is en blijft zij een der hoofdelementen voor de gestadige ontwikkeling van elk bedrijf, ook van dat der Levensverzekering. Maar hoe vaak wordt zij in den tegenwoordigen tijd, in plaats van een in dezelfde richting loopen, een loopen in tegenovergestelde richting, een op elkander instormen, waarbij builen en schrammen niet uitblijven! En hoe feller daarbij de woede, hoe ontstuimiger daarbij de vaart is, des te pijnlijker zijn de builen en schrammen . . . voor beide partijen] Dat wordt nog al eens vergeten.

Ik stel mij voor, in de eerste plaats de volgende vragen te behandelen:

Op welke punten moet zich de concurrentie richten, en welke is de rol, die de Directiën en de Agenten der Maatschappij en daarbij te spelen hebben ?

Het doel, waarnaar alle Maatschappijen streven, is: het publiek in de gelegenheid te stellen zoo practisch, zoo goedkoop en zoo voordeelig mogelijk levensverzekeringen te sluiten. Dit is een waarheid, zóó eenvoudig, dat het constateeren ervan overbodig schijnt. Toch geeft zij aanleiding tot vruchtbare beschouwingen. Want in de middelen om dat doel te bereiken heerscht een niet geringe verscheidenheid. De eene Maatschappij legt zich meer bizonder toe op het berekenen van lage tarieven, de andere op het uitkeeren van groote winsten, een derde op het opvoeren der afkoopsommen, enz. De Agent moei zich dus in de eerste plaats rekenschap ervan geven, op welk punt zijn Maatschappij zich in dit opzicht toelegt. Wordt hem dan b.v. voor de voeten geworpen, dat een andere Maatschappij grootere winsten aan de verzekerden uitkeert, zoo zal hij dadelijk gereed zijn met het antwoord, dat zijn Maatschappij lagere premiën berekent.

Zeer dikwijls treft men Agenten aan, die niet onduidelijk te kennen geven, dat zij slechts dan met vrucht zouden kunnen werken, wanneer hun Maatschappij in elk opzicht voordeeliger was dan elke andere.

Sluiten