Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^fataau van pro'»» door Agenden &an v6rzek6r-

weg berekend, houden rekening met alle goede en kwade kansen; zij geven voor eiken leeftijd den juisten prijs voor een verzekering, niet meer en niet minder. Daarop valt niet af te dingen: een Maatschappij is geen appleenkoopman.

Er zijn Agenten, die een ander en beter middeltje meenen te hebben gevonden, voor het geval hun Maatschappij op het een of ander tarief duurder is dan een andere, waarmede zij in concurrentie zijn, en dat wel een onschadelijk middeltje, onschadelijk ook voor de Maatschappij zelve — zoo meenen zij —, omdat het alleen maar op den zak van den Agent neerkomt. Zij beloven n.1. hunnen candidaat een gedeelte van hun provisie, waardoor althans de eerst verschuldigde premie een aanzienlijke vermindering ondergaat, die de schaal naar de zijde van zijn Maatschappij doet overslaan. Dat middeltje is echter niet zoo onschadelijk als het bij oppervlakkige beschouwing schijnt. In de eerste plaats is het zeer de vraag, of de Agent daardoor wel handelt in het wèlbegrepen belang van zijn cliënt, dat toch — ik had reeds dikwijls gelegenheid zulks te betoogen — bij hem het zwaarst wegen moet; immers, het is volstrekt niet zeker, of die vermindering der eerste premie wel opweegt tegen het nadeel, dat de later te"betalen hoogere premiën den verzekerde berokkenen. In de tweede plaats benadeelt hij de Maatschappij, doordat hij de deur opent voor allerlei misbruiken, waarover ik later nog uitvoeriger handelen zal.1) In de derde en voornaamste plaats echter benadeelt hij zichzelven en den geheelen Agentenstand. Dit is thans voor ons de hoofdzaak, en daarbij wil ik dan ook nog even stilstaan.

Het spreekwoord zegt: „Elke arbeider is zijn loon waardig", en die uitspraak door den volksmond is zóó waar, dat, zoo men afstand van dat loon doet, dit gewoonlijk opgevat wordt als een bekentenis, dat men het niet waard is, een bekentenis, die voor elkeen iets vernederends heeft. Men geloove toch niet, dat het afstaan der provisie anders wordt opgevat door den verzekerde! Zoodra de Agent een deel van de hem toekomende provisie afstaat, beschouwt de verzekerde het als niet meer dan zijn recht, dat gedeelte in ontvangst te nemen. Hij beschouwt dat als iets natuurlijks, hij eischt het zelfs. Daarbij vergete men niet, dat, wanneer één Agent die concessie doet, er ook meer volgen, en dat er een soort van concurrentie onder de Agenten der naar dèzelfde verzekering dingende Maatschappijen ontstaan zal, die erop neerkomt, wie

J) Zie Elfde Hoofdstuk, 1, „Afstaan der Ageuteuprovisie"

Sluiten