Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keuring, omdat de verzekering er meer het karakter van een geldbelegging, van een speculatieve operatie door krijgt. Het oorspronkelijke karakter: zorg voor na te laten betrekkingen of voor zichzelven, wanneer de werkkracht eenmal uitgeput, de werklust uitgedoofd zal zijn, wordt er ietwat door op den achtergrond gedrongen. Slechts weinig, dat erken ik gaarne, en de zorgzame huisvader, die zich met aandeel in de winst verzekert, is er niet minder om. Maar het feit, dat hij een iets hoogere premie betaalt voor de kans — let wel: de kans, niet de zekerheid —, flink in de winsten der Maatschappij de deelen, heeft toch altijd iets, dat, zij het ook heel flauwtjes, aan spel herinnert.

Trouwens, geen Maatschappij denkt er meer aan, den tegenwoordigen toestand niet te aanvaarden, en ziedaar een veld geopend voor de concurrentie, dat in alle richtingen beploegd kan worden. Wanneer ik mij thans wagen zal aan het onderzoek van dat veld, dan moet ik daaraan één stelling doen voorafgaan, die onzen blik heel wat ruimer zal maken. Zij is deze:

Onder ongeveer dezelfde omstandigheden en bij ongeveer gelijke ta- Gelijke resuit»rieven moeten de winsten van alle goed en met rationeele zuinigheid omstwaigheoi»''

beheerde Maatschappijen op den duur ongeveer dezelfde zijn (Natuurlijk in verhouding tot hare uitgebreidheid!). Immers de twee hoofdfactoren, waaruit die winsten worden samengesteld, zijn: de gunstige afwijking der werkelijke van de berekende sterfte, en de gunstige afwijking van den werkelijken van den aangenomen rentevoet.1) De gunstige afwij¬

king in de sterfte werkt voor alle onder gelijke omstandigheden opereerende Maatschappijen gelijkelijk; en de afwijking in den rentevoet evenzoo voor Maatschappijen, die denzelfden rentevoet voor de berekening der tarieven hebben aangenomen. Is dit laatste niet het geval, dan zullen de tarieven van de Maatschappij, die den laagsten rentevoet aannam, ook hooger zijn, wat voor de verzekerden vrij wel opweegt tegen de meerdere winst, die zij eventueel uitkeeren mocht.

In het algemeen kan men zeggen, dat de Maatschappijen, die in verhouding grootere winsten uitkeeren dan andere, daarvoor ook meer premie doen betalen, wat met het oog op de boven geëxpliceerde stelling ook noodzakelijk zoo zijn moet. Slechts de wijze, waarop de winst wordt uitgekeerd, kan zeer verschillend zijn en het terrein, waarop de concurrentie zich dan ook vooral beweegt is: de wijze van winstverdeeling.

*) Zie blz. 50 en 89

Sluiten