Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

streng houdende aan de van zijn Directie ontvangen instructie, antwoordt: „Over de toekomst zwijg ik, want niemand kan de grootte „der toekomstige winsten ook maar met eenige zekerheid bepalen: „immers niemand kan eenigen invloed oefenen op den loop der sterfte „of op de daling en rijzing van den rentevoet, ook mijn Directie niet. „Wèl kan ik U zeggen, dat het winstaandeel op verzekeringen als de „Uwe tot dusverre zóó en zóóveel bedroeg."

De Agent der Maatschappij B daarentegen wacht de vraag van den candidaat niet eens af, doch vertelt hem het volgende: „Uw premie „is zóó en zóó hoog. Maar nu moet ge met de winsten rekening houden! „Ik zal U eens even voorrekenen, hoeveel ge daarvan wel te wachten „hebt!" Dikwijls zelfs is de Agent door zijn Directie reeds met een staatje voorzien, waarop die „waarschijnlijke winst" voor de te sluiten verzekering omstandig is uitgerekend. „Ge ziet dus", zoo vervolgt de Agent, „de te verwachten winst is zóó en zóó groot. Aan premie „betaalt gij zóó en zóóveel, daarvan af de winst; blijft zóó en zóóveel „dat ge feitelijk betaalt! Vergelijk dat nu eens met wat U bij de Maatschappij A wordt geboden!"

Dit is de gewone vorm, waarin de concurrentie doormiddel van winstbeloften wordt uitgeoefend. Men zal aanstonds inzien, dat de positie van den Agent der Maatschappij B veel gemakkelijker is dan die van zijn mededinger. De laatste toch mist geheel de medewerking van de machtige neiging, die in den boezem van ieder menschelijk wezen woont, om aan toegezegde voordeelen en voorgespiegelde winsten te gelooven, èn zich daarin met een zeker welbehagen te verdiepen. Hij zal zich ertoe moeten bepalen, zijnen candidaat aan het verstand te brengen, dat die voorspiegelingen niet meer dan beloften zijn; dat wel de kans bestaan kan, dat ze verwezenlijkt worden, doch dat dit geen zekerheid is; dat daarom zijn concurrent de resultaten van die kansberekeningen niet vergelijken mag met de positief zekere cijfers, die de Maatschappij A noemt; dat ook die Maatschappij wel berekeningen zou kunnen maken omtrent toekomstige winsten, maar dat zij dat principieel aan hare Agenten verbiedt, omdat zij geene verwachtingen wil opwekken, die misschien niet verwezenlijkt zullen worden.

Een dergelijke redeneering zal menigeen overtuigen, menig ander echter niet. En het zal voor-.den Agent een hoogst onaangename gewaarwording zijn, wanneer zijn winst-voorspiegelende collega hem de baas blijft.

Sluiten