Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Sioviaie.

beluste Directie zoo licht tot de redeneering: „Kom, een flinke uitgave „in ééns, en de verzekering is ons! Als we maar veel afsluiten, halen „wij dat wel weer in".

Wellicht zal zij -niet bewust zoo redeneeren, zich niet ten volle rekenschap geven van het gevaarlijke, dat in die redeneering schuilt, maar een overweging, die tot het toestaan van te hooge aanbrengprovisiën leidt, moet noodzakelijk, bewust of onbewust, een dergelijken grondslag hebben. De vakkennis, die men bij elke Directie onderstellen mag, pleit voor het feit, dat zij (indien zij voor de verleiding zwicht) om zoo te zeggen onbewust zondigt, en zich den anders helderen blik. verduisteren laat door de bedwelmende dampen, die opstijgen uit het wierookvat der productie-vermeerdering.

Welke de juiste grens is, waartoe men gaan kan bij het vaststellen der aanbrengprovisiën, is iets, dat afhangt van de wijze, waarop de tarieven zijn samengesteld, en van de hoogte van den opslag, die daarop gelegd is voor de te maken onkosten. Elke Directie heeft daarmede speciaal voor haar Maatschappij rekening te houden, en zich ervoor te hoeden, dat de door de tarieven gestelde grenzen niet overschreden worden. Een algemeene regel is daarvoor niet te geven, en men velt een zeer overijld oordeel, indien men, zoo een Directie verklaart: „Wij „kunnen in de provisie niet verder gaan dan tot deze grens", een andere Directie, die iets verder gaat, van onvoorzichtigheid beschuldigt.

Er zijn echter grenzen, die geen enkele Maatschappij overschrijden mag, wil zij den opslag voor onkosten niet zóózeer opvoeren, dat hare tarieven onbruikbaar worden zouden. En die grenzen worden door zeer enkele Maatschappijen overschreden, maar zonder dat de tarieven verhoogd wordenl

Agenten, die in deze te hooge eischen stellen, eischen, die niet zijn overeen te brengen met den opslag voor onkosten, welke in de premiën begrepen is, engageere daarom geen Directie. Ware het maar mogelijk, elke Directie daarvan terug te houden, die veel-eischers zouden wel tot rede gebracht worden. Maar thans vinden zij hier of daar voor hunne vorderingen een gewillig oor, en worden zij aangesteld bij de een of andere Maatschappij, die een oogenblikkelijke groote productie stelt boven in de toekomst te behalen resultaten.

Ik hoop, dat ik door mijne beschouwingen over dit onderwerp niet den indruk maak, alsof ik den Agenten een flinke provisie op door hen aangebrachte verzekeringen misgun. Mijn eenig doel is, ervoor te waar-

Sluiten