Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rentevoet een uitgebreide Maatschappij wellicht het daardoor hier geleden verlies, ginds kunnen herstellen, omdat daar nog een hoogere rente te maken is dan die, waarop tarieven en reserveberekening gebaseerd zijn. Doch mogen ook de bedoelde nadeelige omstandigheden niet in dezelfde mate op elke Levensverzekering-onderneming invloed oefenen, in meerdere of mindere mate moeten zij allen in de behaalde resultaten dien invloed gevoelen. Met het oog op dergelijke slechte tijden vormen zij dus extra-reserven, die, buiten en behalve de wiskundig berekende reserve, in kas blijven. Die gelden, welke in gunstige jaren van de winsten afgezonderd worden, kunnen dan in minder gunstige worden aangesproken, waardoor de stabiliteit, zoowel van de winstuitkeeringen aan verzekerden als van de dividenden voor de aandeelhouders, zooveel mogelijk wordt verzekerd. De eene Maatschappij omgeeft zich op deze, de andere op gene wijze van meerdere waarborgen, en het is aan de Agenten, ook in dit opzicht de voortreffelijkheden van de door hen vertegenwoordigde onderneming in het licht te stellen.1) Intusschen, hoe loffelijk het ook zijn moge, waarborgen te scheppen voor alle mogelijke eventualiteiten, de Directiën hebben zich ook in dit opzicht voor overdrijving te hoeden. Een finantieel krachtige Maatschappij, met rationeele waarborgfondsen voor onvoorziene omstandigheden, is, ook voor de verzekerden, te verkiezen boven eene overdadig rijke Maatschappij, die er behagen in schept, hare bezittingen te stijven

Levensverzekering het meest in aanmerking komen, heerscht een epidemie meestal het minste, terwijl een groote sterfte juist gunstig influehceert op de uitkomsten van de verzekeringen bij leven en de lijfrenten. Bovendien is het bewezen, dat op jaren van epidemieën steets jaren van geringe sterfte volgen.

x) De hier gegeven beschouwingen werden vóór den oorlog geschreven en gelden voor normale tijden. Met dit voorbehoud blijven zij van kracht, wanneer eenmaal de tijden weer normaal zullen geworden zijn.

De wereldoorlog, die — economisch gesproken — de geheele wereld op haar kop heeft gezet, zou inderdaad twijfel kunnen wekken aan de juistheid van wat in den text gezegd wordt. Maatschappijen, die een internationaal bedrijf bezitten en groote belangen hebben in het buitenland, vooral ook in de centrale landen, zijn door die uitbreiding ongetwijfeld in ongunstiger positie gekomen dan ondernemingen, die op een kleiner gebied werkten, vooral wanneer dat kleine gebied buiten den oorlog bleef. Èn de toegenomen steifte èn de voorbeeldelooze geld- en economische crisis, die de wereld thans teistert, gevoelen zij in dubbele mate! Het zou echter verkeerd zijn daaruit te besluiten, dat internationale uitbreiding van ons bedrijf uit den booze is. Wij leven thans in abnormale tijden. Men hoede zich ervoor—ook al blijven de tijden lang abnormaal—uit die abnormale toestanden regels af te leiden voor een toekomst, waarin het herstel eindelijk gekomen zal zijn.

21*

Sluiten