Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel eens „financiers" ontmoet, die deze of dergelijke stokpaardjes berijden. Leg nu aan al die personen denzelfden staat van geldbelegging voor. „Brr", zegt de burgerman, „wat een buitenlandsche fondsen!" — — „Veel te weinig hypotheken!", meent de man van het zakelijk onderpand. — „Geen vast eigendom genoeg", beweert de huizenkooper. — „Die Maatschappij weet haar geld niet te beleggen; veel te weinig „Amerikanen!" zegt de man, die het in Europa niet zoeken wil. — „Die Maatschappij is niets voor mij!", verklaren zij alle vier, en verzekeren zich bij een andere, die misschien in het geheel geen staat van geldbelegging publiceert.

Met al deze bezwaren dient elke Directie rekening te houden bij de beslissing oVer de vraag, of zij met algemeene mededeelingen omtrent de onder haar berusting zijnde waarden volstaan, dan wel of zij daarvan een uitvoerige specificatie geven zal. In haar oordeel daaromtrent dient zij te worden vrijgelaten. Naar mijn inzien schenkt de medewerking eener groote Bankfirma, als raadgeefster op het gebied der geldbeleggingen, aan het publiek een waarborg, minstens even groot, als gedétailleerde opgave der beleggingen, speciaal waar het de soliditeit der effecten betreft. Het valt echter niet te ontkennen, dat de tijdgeest meer en meer drijft in de richting van uitvoerige publicatiën. Juist omdat in den laatsten tijd zoovele Fondsen aan welker soliditeit vroeger niemand twijfelde, tengevolge van den wereldoorlog in déconfiture zijn geraakt, kan aan die publicatiën ook voor de Directiën een groot voordeel verbonden zijn. Immers zij kunnen daardoor eventueel bewijzen, dat de verliezen, op dergelijke fondsen geleden, niet de wijten zijn aan onverstand of lichtzinnigheid.

Een enkele maal heeft men nog een nieuwen waarborg trachten te scheppen, door den verzekerden pandrecht op het in ejjecten belegde deel van de reserve te verleenen. Hoewel men over de waarde en beteekenis van dat recht verschillend oordeelen kan, is een streven in die richting toch inzóóverre met vreugde te begroeten, dat het weder wijst op de begeerte, om den verzekerden de grootst mogelijke mate van zekerheid te verschaffen.

Over de waarborgen handelende, welke de Maatschappijen aan het publiek bieden kunnen, heb ik nog met geen enkel woord gerept van het maatschappelijk kapitaal van die ondernemingen, welke den vorm eener Naamlooze Vennootschap hebben gekozen. Met opzet liet ik de vermelding daarvan tot dusverre achterwege, omdat, naar mijn oor-

Pandrecht ot * reserve.

liet maats»*"!) pelijk kapi? als waarbo" voor de *eI zekerden-

Sluiten