Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ ^ oordeeleu der ">CUrreiitie.

0ofhetpul)liek. °haPPijen.

twijfel de zucht om de concurrentie gemakkelijker te maken door een beroep te doen op de speelzucht van het publiek. Ondernemingen, die groeien uit en wortelen in het gevoel voor voorzorg en spaarzaamheid bij datzelfde publiek, behoorden dit concurrentie-middel te versmaden.

VIII.

Ik moet thans nog handelen over de volgende vraag:

Welke voordeelen levert de concurrentie of, zoo voor de Maatschaffijen als voor het fubliek ?

Na al wat ik in dit Hoofdstuk reeds mededeelde, kan ik bij het beantwoorden van die vraag beknopt zijn, voor zooverre zij het publiek betreft. Immers, waar het einddoel der concurrentie juist is, dat publiek zoo voordeelig mogelijk de gelegenheid tot verzekeren te bieden, spreekt het vanzelf, dat het publiek daarvan in de eerste plaats profiteert, mits hel schijnvoordeelen van werkelijke voordeelen weet te onderscheiden. Elke déloyale, oneerlijke concurrentie benadeelt vooral het publiek, omdat die concurrentie erop gericht is, het om den tuin te leiden, door datgene, wat feitelijk minder voordeelig is, door kunst- en vliegwerk en valsche voorstellingen voordeeliger te doen schijnen. Zulke concurrentie is dus bedrog tegenover het publiek.

Maar men beoordeele een plant niet naar hare ziekelijke uitwassen, en al komt, tengevolge van oneerlijke concurrentie, een verzekerde wel eens bedrogen uit, daartegenover staat een reeks van voordeelen, welke het publiek hoofdzakelijk door een gezonde concurrentie bezorgd zijn. Men denke slechts aan de mogelijkheid tot afkoop, tot het deelen in de winsten, aan menige verlaging van ongemotiveerd hooge tarieven, aan het verhoogen der waarborgen, aan de gunstige bepalingen omtrent de uitkeeringen ingeval van zelfmoord, oorlog, enz., alles voordeelen, die zonder de tegenwoordige scherpe concurrentie den verzekerden misschien nimmer geboden zouden zijn, omdat die onderwerpen nimmer ter sprake zouden zijn gekomen en de Maatschappijen zich, zooals in den goeden ouden tijd, in alle onschuld, met een eenvoudig: „dat kan niet", van dikwijls billijke vragen zouden hebben afgemaakt.

„Dat moet dan vroeger eerst een tijd voor die Maatschappijen ge„weest zijn!" zou men geneigd zijn uit te roepen. Geen afkoop, geene winstuitkeeringen, geene uitkeeringen bij zelfmoord! Dat waren de gulden dagen der Levensverzekering!

Sluiten