Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Quies was verbaasd. „Welke kunstenaar heeft deze karos gemaakt?" vroeg hij bewonderend, en Impulsus antwoordde glimlachend: „Een „eenvoudig handwerker, een kind van het land!"

Toen begon er een ware triomftocht. Overal werd de stoet der Koningen jubelend begroet, het volk strooide bloemen voor hunne voeten, en blijde, vroolijke gezichten straalden hun allerwege tegen. Quies was verwonderd: een volk, dat door vreemdelingen werd uitgezogen, had hij zich anders voorgesteld en zuchtend dacht hij aan de onverschilligheid van zijne onderdanen. En zijn verbazing nam steeds toe, toen hij om zich heen gebouwen zag, zóó fraai als hij ze nog nimmer gezien had, toen hij op de velden den rijken oogst met vreemde, onbekende werktuigen binnenhalen zag en zijn oog overal nieuwe en vreemde voorwerpen ontmoette. En op zijne vragen antwoordde Impulsus steeds met denzelfden rustigen glimlach: „Landskinderen hebben „dat gemaakt".

Eens ving het oor van Quies woorden op in een vreemde taal. Zijn trekken verduisterden zich en hij was op het punt een scherp woord tot zijn broeder te spreken, toen deze hem voorkwam: „Het is Bar„barus, de vreemdeling," —zeide hij —„dezelfde, die mijn volk karossen „heeft leeren maken als die, waarin gij thans zoo gemakkelijk terneêr „ligt". Toen hield Quies het woord terug, dat hem op de tong zweefde, en dacht lang en ernstig na.

Eindelijk kwamen zij in de hoofstad van Impulsus en in zijn paleis. Er werden keurige spijzen opgedragen, gerechten, die de Koning uit het Westen nimmer geproefd had, en die hem heerlijk smaakten. En bij de wandeling door het palais moest hij erkennen dat de vreemden er vele en kostelijke zaken gebracht hadden. Alles was er fraai en smaakvol, meer dan in zijn eigen paleis. Maar één ding miste hij en dat deed hem genoegen; want overal elders gevoelde hij zijn minderheid.

„Uw paleis is schooner dan een droom", zoo sprak hij tot zijn broeder, „maar één zaak heb ik er niet gevonden, die ik in het mijne bezit: „eene rijke schatkamer met goud en edelgesteenten. Waar hebt ge „Uwe schatten, broeder Impulsus?"

Toen vatte zijn broeder hem bij de hand en voerde hem op een balcon, dat op hooge marmeren zuilen russte en een vrij uitzicht bood over de omliggende straten en pleinen, waar het volk zich verdrong om zijn Koning te zien. En toen het den Vorst naar buiten zag treden, weergalmde op eens de lucht van een krachtig, een lang aangehouden

22*

Sluiten