Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het kwaad, dat hij zelf bedrijft. Hij steelt dus niet alleen, maar hij lastert bovendien.

Wellicht verwijt men mij, dat ik in deze te vèr ga, en te krasse woorden gebruik. Ik antwoord, dat ik niet vergoelijken wil, daar waar reeds zooveel vergoelijkt is en nog'steeds wordt. Zoolang er nog Directiën zijn, die haren Agenten het uitspannen oogluikend toelaten, ja die hen zelfs daarin aanmoedigen en vóórgaan, dient een ieder, wien het vak der Levensverzekering en het wèl en wee van den Agentenstand ter harte gaat, de zaak voor te stellen, zooals ze is, en zich niet te vergenoegen met een eenvoudig: ,,'t Is wel niet zooals 't behoort, maar 't is toch „zoo heel erg niet", of: „Er is tóch niets aan te doen!" Het Hollandsche spreekwoord van de zachte chirurgijns zegt, in al zijn platheid, iets dat zeer waar is. Men moet deze wonde plek in het Levensverzekeringsbedrijf uitsnijden, en niet met een sierlijk doekje bedekken.

Waar dus aan den eenen kant de Agent zich door het uitspannen eenig geld op oneerlijke wijze toeëigenen kan, daar staat aan den anderen kant het feit, dat hij zich blootstelt aan de wèlverdiende verachting van ieder eerlijk man. En aangezien er misschien geen tweede gebied bestaat, waarop het publiek zóózeer het geheel naar enkele deelen beoordeelt, als juist het gebied der Levensverzekering en dientengevolge de geheele Agentenstand niet zelden naar enkele individuën beoordeeld wordt, hebben alle eerlijke Agenten er een direct persoonlijk belang bij, het uitspannen zooveel mogelijk tegen te gaan en hen, die zich daaraan schuldig maken, te ontmaskeren en uit hun midden te verbannen. Want niets is meer vernederend dan te worden beschouwd en behandeld als de collega van personen, die men zelf verachten moet.

Wanneer een bakker de klanten van zijne collega's afloopt, om hen te bewegen, voortaan hunne bestellingen aan hem op te dragen, zullen de opiniën over dat optreden wel niet verdeeld en men het erover eens zijn, dat hij zich aan een allesbehalve eerlijke concurrentie schuldig maakt, ook al is zijn meel iets beter dan dat van zijne mede-bakkers. Wanneer echter een bakker rattenkruid onder zijn meel mengt en zijne collega's dat ontdekken, dan zoude men hen bijna van medeplichtigheid kunnen beschuldigen, wanneer zij de koopers van de vergiftigde broodjes niet aanraadden,' die zoo spoedig mogelijk weg te werpen. Deze vergelijking is misschien wat gewaagd, maar zij zal toch strekken kunnen om hetgeen volgt te verduidelijken.

De Agent eener Levensverzekering-Maatschappij stelt aan een zijner

Gevolgen v** het uitapannö15 voor den Agefl' tenstand.

Oneigenlijk ui*' spannen.

Sluiten