Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wel moet ik bekennen, dat er in mijn beschouwing iets gevaarlijks ligt. Hoe spoedig toch zal een Agent, die zich aan uitspannen heeft schuldig gemaakt, als verontschuldiging aanvoeren: „Ja, maar ik moest „den verzekerde toch inlichten omtrent de werkelijke waarde van zijn „verzekering: men had hem overdreven winstbeloften gedaan", of iets dergelijks. Daarom ga men in deze niet te ver. Bij het tot stand komen eener verzekering is het, naar mijn inzien, volkomen geoorloofd, te wijzen op het onzekere van winstvoorspiegelingen door een concurrent. Maar heeft die concurrent den post eenmal afgesloten, dan torne men daaraan niet langer; de verzekerde heeft zich door de hoop op toekomstige winst laten verleiden: dat is zijn zaak. Voor den Agent houdt, na het afsluiten van den post door zijnen concurrent, alle belang bij die verzekering op. Slechts in die gevallen, waarin het onomstootelijk vaststaat, dat bedrogen is, dat men den verzekerde een polis gegeven heeft, die iets anders inhoudt dan wat men zeide dat zij inhield, slechts in dat geval is het ieders plicht, den verzekerde in te lichten, wanneer men daartoe in staat is, onverschillig of men al of niet Agent eener andere Maatschappij is. En ook alleen in dat geval kan men elke beschuldiging van uitspannerij met een schouder-ophalen beantwoorden, omdat men zelf de overtuiging bezit, slechts gedaan te hebben wat récht is.

II.

De vraag rijst thans, welk kruid er tegen het uitspannen gewassen is.

Directiën, Agenten en Publiek moeten elkander daarbij de hand reiken. Het geldt hier een gemeenschappelijken vijand, die slechts door gezamenlijke krachtinspanning overwonnen kan worden.

Het zijn voornamelijk de Directiën der Maatschappijen, die hier de geneesmiddelen zullen hebben toe te passen. Zij zijn het, die uit den aard der zaak tot het verbeteren van wat er op dit gebied treurigs te constateeren valt, geroepen zijn, en daarom zijn juist zij dubbel te veroordeelen, wanneer zij het kwaad vergoelijken of aanmoedigen.

In de eerste plaats komt het erop aan, het kwaad in eigen boezem te bestrijden. Elke Directie neme dus zooveel mogelijk maatregelen, hare Agenten terug te houden van pogingen tot uitspannen. Zij houde hun steeds duidelijk voor oogen, dat zij liever geene posten ziet dan

Middelen taf iet uitspanfle

Bestrijding d"'1 de Directiën-

Bij de f MaatschappW'

Sluiten