Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Belangwekkend is het, op te merken, hoezeer het volgen van een dergelijke correcte gedragslijn den Maatschappijen ten goede komt, zelfs al schijnt dit in den aanvang niet het geval. Het best laat zich dit aantoonen dooi; zulk een Maatschappij te observeeren gedurende de eerste jaren van haar vestiging in landen, waar het uitspannen om zoo te zeggen in de lucht zit, en men zich het vak er Levensverzekering niet zonder deze parasiet denken kan. Wanneer zij daar hare theorieën begint te verkondigen en te kennen geeft, zich daaraan te zullen houden, wordt zij met een nauw verholen, spotachtig lachje aangehoord. „Niets dan utopieën!" — „Wat allen doen, kunt gij niet laten!" — „In het „bosch moet men met de wolven meêhuilen!" — ziedaar de appreciatie, welke haar handelwijze vindt, en de concurrenten maken zich over haar vroolijk. Wanneer zij zich echter door dat gespot niet laat afschrikken en, wat zij ook van anderen ondervinden moge, streng aan hare beginselen vasthoudt, doet zich een zonderling verschijnsel voor, dat klaar bewijst, hoezeer vastheid van principe zelfs in een bedorven omgeving op prijs gesteld wordt. Langzamerhand zal men zien, dat de uitspannende concurrenten, die meer en meer doordrongen worden van de overtuiging, dat deze Maatschappij hen niet belastert en zich niet toelegt op het uitspannen hunner verzekerden, hunne houding tegenover de jongere zuster wijzigen. Zij verslappen in hunne aanvallen op hare verzekerden, ja staken die soms geheel. En wanneer men hun oordeel vraagt over de nieuwe concurrente, zullen zij, bijna ondanks zichzelven, gedwongen zijn, zich in gunstigen zin over haar uit te laten. Men kan lang philosopheeren over de psychologische oorzaak van dit verschijnsel en over de redenen, die de „natuurlijke" (?) vijanden langzamerhand tot welwillendheid stemmen, zóóveel is zeker, dat het in de practijk herhaalde malen waargenomen is. Men zou geneigd zijn, hier aan de kinderboekjes te denken, waarin er met wiskundige nauwkeurigheid voor wordt gewaakt, dat de deugd beloond worde, zooals zij dat verdient.

Wanneer een Maatschappij in deze correct handelt, heeft zij trouwens het recht, van hare concurrenten hetzelfde te eischen, een rechl — en dit telle men niet gering —, dat zij reddeloos prijs geeft, zoodn zij den correcten weg verlaat. Blijft zij dezen volgen, zoo behoeft zi; niet te schromen, tegen de pogingen van uitspannende concurrenter krachtdadig op te treden. Zij moet daartoe in de eerste plaats waak zaam zijn en niet rusten, voordat zij de ware oorzaak van elk dreigenc

Voordeelen y^ de bestrijding»" de eigen M»» schappij.

Bestrijding andere Ma* schappijen.

i I

I

Sluiten